Waar vandaan: Reisverhalen > Benelux ( 10 ) > Flevoland dag 2

Flevoland dag 2

Tulpenroute 1. Afstand: 38,4 kilometer.

Dinsdag 28 april 2015. Na een rusteloze nacht staan we om 07:30 uur op. Het was een koude en lawaaierige nacht. Het verkeer op de Banterweg raast achter onze caravan over de weg. We zijn het niet gewend. In Flevoland vroor het afgelopen nacht nog tot -3°C. We hebben het gevoeld. Vandaag voorspellen ze af en toe een bui. Toch zeker voor de middag. Maar de zon schijnt nu en er staat een zwakke wind. Daar moeten we van profiteren. We ontbijten en maken een picknick voor onderweg. De tulpenroute is een 100 kilometer lange autoroute door het tulpengebied in de noordelijke helft van Noordoostpolder. Daar waar de meeste tulpen langs de weg staan. Ons ‘Jaarmagazine: Welkom in de Noordoostpolder’ bevat een toeristische kaart met fietsknooppunten. Die hebben we zelf dan uitgestippeld, van knooppunt naar knooppunt, maar we weten niet precies hoeveel kilometer ons traject is. Het zal van het weer afhangen of we ze volledig doen, of we haken af.

08:30 uur. Een uur later en de zon gaat reeds schuil achter grauwe grijze wolken. En het kan nog erger. De wind is aangewakkerd tot 6 beaufort. Men verwacht slechts temperaturen tot 12°C. Met een dikke jas, een muts en handschoenen vertrekken we, met de fiets, vanaf de camping naar de lawaaierige Banterweg. Rechtsaf tot bij de rotonde en weer rechtsaf door de Muntweg. De Lemstervaart, die we dwarsen, is een kanaal dat loopt van Emmeloord naar Lemmer en mondt uit in het IJsselmeer. Vervolgens rijden we over de A6 tot het eind. De Rijksweg, A6, vormt een belangrijke verbinding tussen Amsterdam en Noord-Nederland. Vanaf nu houden vaak halt om de tulpenvelden te fotograferen. Veel bollentelers doen elk jaar hun uiterste best om een mooi gewas te verbouwen, en daardoor kunnen wij genieten van de bloemenpracht. De velden zijn te bewonderen in alle bekende kleuren. Rood, roze, gele, purperen, etc… Aan de rotonde moeten we oorspronkelijk naar links om de Kuinderweg/Marknesserweg te volgen. Maar er mogen geen fietsen op deze weg. We nemen de volgende straat linksaf. We bekijken of we tot bij de volgende rotonde geraken. Indien niet, rijden we terug naar de camping en doen de route met de auto. We hebben geluk. Bij de volgende rotonde kunnen we weer linksaf en rijden door de Marknesserweg of de N331. Met ruim 2.000 hectare aan bloembollenvelden is Flevoland is één van de grootste bloembollenkwekers van Nederland. Dat is onderweg duidelijk te merken. Vlakbij de weg of ver weg, midden in het polderlandschap, kleuren de tulpenvelden rood, geel, wit en vooral oranje. Rechts van ons stroomt de Zwolse vaart. Deze stroom is eveneens een gegraven kanaal. Het water stroomt van het Kadoelermeer door het Voorsterbos langs Marknesse naar Emmeloord en gaat daar over in de Urkervaart.

Bij het volgende tulpenveld staan enkele bomen zonder blad. De bomen dienen als schutsel voor de nabijgelegen hoeve. Ons bomma neemt foto’s van de tulpen, terwijl we in de bomen het getok horen van een specht. Uiteindelijk kan ze de vogel spotten. De bast van de boom is in de top gebarsten. Daar wil de specht van profiteren om insecten te vangen en op onze beurt profiteren wij van het moment om de vogel te fotograferen. Onze eerste specht op foto. Een unicum.

 

Onderweg rijden we vaak voorbij blauw witte palen met bovenop een rode zeilboot op woelige golven of een rood vliegtuig in nood. In het ‘Jaarmagazine van Noordoostpolder’ lezen we dat dit de Wrakkenroute is. Een fietstocht van ca. 50 kilometer langs vliegtuig- en scheepswrakken. Een geschiedenis van de drooglegging van Noordoostpolder en WOII. De locaties van de wrakken zijn door middel van deze herdenkingspalen in het landschap te vinden. Via de scancode krijg je informatie over deze wrakken. In de vroegere Zuiderzee voeren duizenden schepen af en aan en vonden vele scheepsrampen plaats. Al bij de eerste inpolderingswerkzaamheden werden dan ook scheepswrakken aangetroffen. Flevoland is met maar liefst 435 scheepswrakken één van de grootste ‘droge’ scheepskerkhoven ter wereld. Diverse schepen zijn in dit gebied in moeilijkheden geraakt. Er zijn vele wrakken van boten gevonden in de Noordoostpolder en hiervan liggen nog steeds enkelen in de grond begraven. Het IJsselmeer was dan weer tijdens WOII een aanvliegroute voor de geallieerden. Er waren toen weinig navigatiemiddelen. Urk en het IJsselmeer waren goede oriëntatiepunten vanuit het vliegtuig. Tijdens de luchtgevechten zijn er tijdens de oorlogsjaren 29 vliegtuigen neergekomen in de pas ontgonnen Noordoostpolder.

We rijden door de Luttelgeesterweg als we onze eerste regenbui krijgen. In zeven haasten trek ik een regenbroek aan. Niet snel genoeg. Ik wordt toch nat. We schuilen een paar minuten onder moeders paraplu. Het is slechts een bui. Verderop in de straat staat een picknicktafel bij een enorm groot tulpenveld. Een infobord verklaart: “In de zestiende eeuw kwam de tulp naar Nederland. De plantkundige Carolus Clusius speelde daarbij een belangrijke rol. Via zijn netwerk kwam de tulp bij veel welgestelden in ons land terecht. In de zeventiende eeuw werd de tulp zo populair, dat er een echte windhandel ontstond, waarbij veel geld voor één enkele tulp werd betaald. Na die windhandel bleef de tulp in Nederland populair. De commerciële teelt breidde zich in de negentiende eeuw uit van Haarlem richting de Bloembollenstreek en kwam in de 20e eeuw ook in andere delen van Nederland terecht, zoals de kop van Noord-Holland en West-Friesland. De polder viel officieel droog op 9 september 1942. Daarna is Noordoostpolder in razendsnel tempo ingericht en ontwikkeld. Zo ontstond er een uniek landbouwgebied. Begin jaren zestig werden de eerste tulpen in de polder geplant. Tegenwoordig worden er ieder jaar zo’n 1.900 hectare tulpen aangeplant. Deze leveren samen bijna 1 miljard verkoopbare bollen op. Naast tulpen worden er ook lelies, gladiolen en blauwe druifjes in Noordoostpolder geteeld. Noordoostpolder is in oppervlakte het derde bloembollenteeltgebied van Nederland. Veel bloembollen zoals tulpen bloeien nu, in het voorjaar. Toch is het al heel lang mogelijk om in andere tijden van het jaar bloeiende tulpen te kopen: dit is het werk van bloementelers, de zogenaamde broeiers. Broeiers kopen in de zomer tulpenbollen om deze in de winter in bloei te trekken. Ze geven de bollen in het najaar in een koelcel een temperatuurbehandeling. De bol denk in feite dat het winter is. Na die kou brengt de broeier de tulpen in een warme kas waar de bol binnen enkele weken in een bloeiende tulp verandert. De bloemen worden afgesneden en in bossen verkocht. De bollen worden weggegooid; ze zijn door de snelle groei te verzwakt en kunnen daardoor niet meer gebruikt worden. In de zomer koopt de broeier weer nieuwe tulpenbollen en begint het hele proces opnieuw”.

Bloembollen hebben kou nodig om te kunnen groeien en bloeien. Daarom kunnen tulpen niet geteeld worden in warme klimaten zonder winterperiode met enige vorst en dat is ook de reden waarom ze in het najaar de grond in gaan. Tulpen komen oorspronkelijk uit Turkije en zijn pas in de zestiende eeuw in Nederland geïntroduceerd. Het woord tulp komt van het Latijnse woord Tulipa: de bloem die lijkt op een tulband.

Hier, bij een picknicktafel, drinken we onze meegebrachte koffie. Wat verder laten we het dorp ‘Luttelgeest’ links liggen en rijden verder op de Oosterringweg. We passeren ook hier enkele hectaren fruitplantages. De perenbomen staan in volle bloei. Op de appelbloesem is het slechts een kwestie van tijd voor de roze knopjes tevoorschijn komen.

Eerste straat linksaf in de Baarloseweg. Een oneindig lange straat en ze telt dubbel want het regent nog maar eens. Hier besluiten we om onze tocht in te korten. We moeten steeds maar opboksen tegen wind regen. Soms halen we nog geen 12 km/u. Dan trekt de bewolking open en rijden we in het zonnetje. Echter niet voor lang. We rijden net in de Uiterdijkenweg als de hemelsluizen opnieuw open gaan. Bomma bemerkt een kinderboerderij waar je ook koffie of thee kan drinken. We moeten er niet over nadenken. We mogen van de jonge mensen, die het dierenpark onderhouden, iets drinken. Voor €2 drinken we een warme cappuccino en een koffie.

Naderhand fietsen we over de Kuinderweg. Een infobord trekt onze aandacht. We lezen: “Zeldzame planten weer terug in de berm. Wie op een zomerse dag door de Noordoostpolder rijdt, wordt verrast door de vele gekleurde bermen. Mooi om te zien en ook bijzonder. Deze bermen zijn geplagd. Doordat de voedselrijke bovenlaag is verwijderd, kunnen verschillende bijzondere planten weer groeien en bloeien. Hier, in de oostrand van de Noordoostpolder, bestaat de bodem uit kalkrijk, voedselarm zand. Een bodemgesteldheid die in Nederland verder alleen in de duinen voorkomt. Oorspronkelijk groeiden in deze bermen dan ook veel duinplanten, heel bijzonder voor de jonge Flevolandse polder. Rond 1970 veranderde dit. De wegen werden opnieuw geasfalteerd en de bermen aangevuld met voedselrijke zavelgrond. De bijzondere planten verdwenen. Tot in 1998 het plan opgepakt werd om de oorspronkelijke omstandigheden weer terug te brengen. De voedselrijke toplaag werd verwijderd. Verspreid over de jaren 1999 tot 2009 is in totaal zo’n 40 kilometer berm op deze manier in ere hersteld met het kalkrijke, voedselarme zand weer aan de oppervlakte. Het oude kiemkrachtige zaad in de zaadbank en zaad dat is aan komen waaien, kreeg daardoor opnieuw een kans. Rietorchis, bijenorchis en stijve ogentroost bloeien weer uitbundig in de bermen. Het aantal plantensoorten is hier toegenomen tot maar liefst 290, waaronder 11 soorten van de Rode lijst. Ook de zeldzame argusvlinder wordt regelmatig gezien. Een groot succes! De bermen in de Noordoostpolder staan bij plantenkenners landelijk weer op de kaart vanwege de vele bijzondere plantensoorten die er voor komen”. Achter het hectaren groot oranje tulpenveld  bevindt zich het Kuinderbos. Het grootste en oudste bos van de Noordoostpolder. Het bos strekt zich uit over de grens met de provincie Overijssel. Het werd aangelegd in de jaren ’40 van vorige eeuw. We negeren de bewegwijzering en fietsen nog 8 kilometer verder tot we rechtsaf slaan op de Muntweg. Terug over de A6 en de Lemstervaart. Als we linksaf slaan op de Banterweg is het nog slechts 500 m tot bij de caravan. Tot morgen. Tekst: Luc Verschooten.  Bron: Wikipedia.

Reisverhaal ingestuurd door Luc Verschooten ( ) op 25-05-15 (ID 798)

E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

Ken je iemand persoonlijk die doof of slechthorend is?