Waar vandaan: Reisverhalen > Benelux ( 10 ) > Dodendraadroute met Rina en Luc

Dodendraadroute met Rina en Luc

Fietsknooppunten: 08-81-08-87-05-87-82-91-92-80-94-22-18-19-20-19-52-11-12-99-08   Afstand: 38km.

Zondag 25 mei 2014. Het is mooi weer. Na onze wettelijke kiesplicht, vertrekken we met de wagen naar Zondereigen. Het is kwart over negen en de temperatuur wijst 19° aan. Lucy,  GPS, vertelt ons dat het 47,7km rijden is en dat we na 47 minuten ter plaatste zullen zijn. Vanaf “Kleine Bareel” is het sterk vertraagt verkeer. Er wordt een spitsstrook aangelegd tot Sint-Job-in-‘t-Goor. Het wordt een extra rijstrook die op drukke momenten de capaciteit van de weg vergroot. De werken zullen nog duren tot eind juni. We volgen 24km de E19, richting Breda, tot Loenhout, afrit 2. Via de N144 rijden we langs de kerk van Hoogstraten. Rechtsaf naar het centrum van Wortel. Tien minuten later parkeren we ons nabij de kerk van Zondereigen. Het dorp ligt tussen twee riviertjes, het “Merkske” en de “Noordermark”. Op 3 november 1914 werd Zondereigen als laatste plaats in België door de Duitsers bezet. De kern van dit mooi en rustig plattelandsdorp van Baarle-Hertog bestaat uit twee straten die elkaar kruisen bij de Sint-Rumolduskerk. Deze neogotische kerk werd gebouwd in 1859-60  op de plaats waar ooit een kapel stond. Tijdens WOII werd de kerk verwoest en in 1949 heropgebouwd en vergroot. Recent is de doopkapel verfraaid met een glasraam ter ere van pater Ladislas Segers, brancardier tijdens WOI en later pionier van de kapucijnen in Canada. Tegen de zuidkant van de kerk staat wellicht het enige in de provincie Antwerpen bewaard gebleven herdenkingsmonument met Keltisch kruis en de afkortingen AVV en VVK. Dit monument werd opgericht door de plaatselijke afdeling van de Vlaamsche Oud-Strijdersbond en brengt hulde aan drie gesneuvelde soldaten uit de parochie Zondereigen. De tekst is echter onleesbaar geworden op de arduinen zerk.

België werd door Duitse soldaten bezet vanaf augustus 1914. Nederland bleef neutraal. Radeloze mensen vluchten massaal over de grens. De bezetter plaatste vanaf april 1915, van de badplaats Knokke tot in Gemmenich, bij Aken, een prikkeldraadversperring en er tussenin een hogere constructie onder hoogspanning van bijna 2000 volt. Om de bijna 450km lange versperring in te korten, kwamen grote stukken Belgische grond achter de “dodendraad” te liggen. De Duitsers wilden vooral deserteurs, vluchtelingen en spionnen tegenhouden. Om de 100m stond een schildwachthuisje met schijnwerpers, alarmlampjes, mijnen… Vooral smokkelaars werden slachtoffer van de “dodendraad”. Kleinere dieren zoals katten, honden, konijnen en hazen werden vaak geëlektrocuteerd. Om dierenkadavers bij de draad weg te halen, gebruikten Duitse grenswachters een goed beveiligde grijper, voorzien van een porseleinen isolator. Het bleef desondanks een levensgevaarlijke taak. Grensgidsen gingen uiterst creatief te werk bij het passeren van de dodendraad. Een grenswacht werd soms omgekocht, een postpakket over de draad geworpen, een bodemloze ton eronder geschoven, een ladder werd tegen de palen geplaatst, enzovoort.   

Vanaf hier vertrekken we voor een fietstocht naar opmerkelijke plaatsen uit ‘Den Grooten Oorlog’. Langs ons traject staan 15 infoborden met foto’s en teksten die vertellen hoe het leven was voor militairen en burgers tijdens het vier jaar durende oorlogsgeweld langs de Nederlandse grens. We zijn nog niet uit het centrum en we stoppen al bij de begraafplaats van Zondereigen. Links van de ingang een kleine wegkapel. Opgedragen  aan O.L.Vrouw... bid voor ons. De rest van de tekst is onleesbaar geworden. De ingangspoort is als aandenken versiert met gehaakte klaprozen. Bijna vooraan staat een monument voor de gesneuvelden van WOII. Achteraan de begraafplaats een wit gekalkte Calvarieberg. Een hoog Christuskruis, zonder Jezus, met links moeder Maria, en rechts de meest geliefde leerling van Jezus, Johannes-de-doper. Jezus ligt opgebaard in de afgesloten grot onderaan. Links een grafzerk met herinneringsbord voor de bemanning van de Handley Page Halifax. Een viermotorige bommenwerper die hier in de nacht van 12 op 13 mei 1944 is neergestort en waarbij alle zeven inzittenden om het leven kwamen. Zes Australiërs en één Engelsman waarvan drie officieren en vier sergeanten.

Enkele minuten later staan we bij ons eerste infobord van de dodendraad. Bord nr 13. Het is voor de eerste keer dat we de dodendraad aanschouwen. Het is een reconstructie die men op 12 september 2008 hier als vredesmonument aan alle slachtoffers van de draad heeft opgericht. Een pakkend moment. Begin 2007 werden tijdens akkeronderzoek scherven van de elektrische draadversperring uit WOI ontdekt. Palen en draden werden na de oorlog voor landbouwdoeleinden hergebruikt, maar de isolatoren waren nutteloos bij gebrek aan elektriciteit en werden ter plaatse stukgeslagen. Door de vondsten ontstond het idee om een stukje dodendraad op de juiste locatie herop te richten: als een vredesmonument en eerbetoon voor de 850 gedocumenteerde doden. Het vredesmonument “Dodendraad” werd opgericht door de basisscholen van Baarle-Hertog, de heemkundekring Amalia van Solms, de heemkundige werkgroep Zondereigen, de kerkfabriek Zondereigen en het gemeentebestuur van Baarle-Hertog. Zij willen hiermee een blijvende hulde brengen aan alle slachtoffers van de elektrische draad en doen tevens een oproep tot vrede tussen alle mensen. Alleen al langs het 15,5km lange traject ten zuiden van Baarle-Nassau stierven minstens vierenveertig personen.  

In 2013 werd een toeristisch project gerealiseerd, bestaande uit de “Dodendraadfietsroute” van 38km in Baarle-Hertog-Nassau, Hoogstraten, Merksplas en Ravels. Het “Dodendraadpad” is een wandelpad van 3,6km in Zondereigen en het WOI-Verzetspad heeft een wandeltocht van 4,2km door Baarle-Hertog-Nassau. Op het infobord staat de bekende scancode. We horen het verhaal van Louis Van Den Heuvel. Hij werd op 19 december 1915 door een Duitse soldaat neergeschoten toen hij een mandje met etenswaren over de draad wierp. Zijn 15 jarige dochter Trees zag alles gebeuren. Zij werkte in Zondereigen als dienstmeid bij de weduwe Gillis. Louis overleefde het incident. De prikkeldraad vertoont bovenaan gehaakte klaproosjes over de volledige lengte.  

Terug naar knppnt 08, om route 87 te volgen Langs het voormalige klooster van de zusters Annonciaden van Huldenberg en meisjesschool. Hier kregen de kinderen hun dagelijkse portie kindersoep. In de klas werd gebeden voor een vlugge beëindiging van de oorlog en opdat de jongemannen niet voor het werk in Duitsland zouden opgeëist worden. Ernaast, in nr 8, staat het oude noodgemeentehuisje. Na het sluiten van de grens geraakten de dorpelingen en hun raadsleden niet meer bij het gemeentehuis dat zich in de enclaves bevond. Dit huisje was van eerste schepen Toontje Gillis. Het werd door de Duitse overheersers op 13 oktober 1915 als noodgemeentehuis ingericht. Voor de Duitsers was hij de eerste contactpersoon. Hier werd voorlopig de burgerlijke stand en een bevolkingsregister bijgehouden. Zijn zoon Jan was voorzitter van het comité voor de voedselverdeling.

Het tweede kapelletje staat net buiten het centrum van Zondereigen, meer bepaald in Gel. Een hoge smalle kapel met puntdak. Gemetst in gele, rode en donkere baksteen. Het is één van de mooiere kapelletjes. Versiert met blauwwitte slingers, ter ere aan moeder Maria in de maand mei. De tekst onderaan luidt: “O-L-Vrouw van Vlaanderen bescherm ons”. Rond 1850 moet er al een voorloper hebben gestaan. Deze kapel werd in 1939 gebouwd. Het mooie beeldje achter beschermglas en rasterwerk is afgebeeld met de Vlaamse Leeuw en een verpletterende draak, die het symbool is van al het kwaad op aarde. De letters op het wapenschild verwijzen naar de Vlaamse ontvoogdingsstrijd: Allen voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus. Twee stevige, knoestige lindebomen zorgen voor de nodige schaduw. Het planten van lindebomen bij kapelletjes is een restant van de oude gewoonte om godsdienst te beoefenen onder deze bomen.

Als de wolken voor de zon schuiven wordt het toch een pak frisser. Bij een open vlakte voelen we de koude wind nog intenser. Het is slechts van tijdelijke aard en straks wordt het beslist warmer. Het is nog vroeg. De mais rondom ons staat amper 10 à 15cm hoog. We hebben nog enorme mooie panoramazichten. Voorbij het gehucht Gel stoppen we bij ons tweede infobord, nr 14. Vlakbij een reconstructie van schakelhuis K5. Gebouwd naar een model van foto’s uit Putte en Arendonk. Men heeft er de ampères- en voltmeter terug in aangebracht. Verschillende schakelaars, draaiwielen en meters. Aan de andere kant van het schakelhuis, bijna hetzelfde tafereel. Een ampèremeter tot 300 volt. Drie schakelaars, isolatoren met een hendel om heel de boel op en af te zetten. De groep van 68Kw staat op de grond. Alles is veilig afgeschermd met konijnendraad. Alleen de stoel ontbreekt.

De verdere afwerking moet nog gebeuren. Bij de dodendraad stond om de twee kilometer een wacht- en schakelhuisje van waaruit delen van het traject stroomvrij gemaakt werden voor onderhoud of voor het weghalen van slachtoffers. De stroom in Zondereigen was beurtelings afkomstig uit Merksem en Stevensvennen bij Lommel. Wachtbeurten werden tot op het laatste moment geheim gehouden. Duitse soldaten moesten van het ene schakelhuisje naar het andere patrouilleren. Wanneer twee grenswachters elkaar halfweg ontmoetten, maakten ze rechtsomkeer. Ze droegen altijd een geladen geweer bij zich. Alleen richting Nederland mochten zij niet schieten.             

Dodelijke slachtoffers bij de grens tussen de infoborden 14 en 15: -drie gedeserteerde soldaten uit Duitsland op 16 maart 1916. – Wilhelm Kindling uit Duitsland werd op 16 februari 1916 begraven. Hij was een soldaat uit de derde compagnie van het Landstürm Infanterie-Bataillon ‘Halberstadt’. Over de omstandigheden van zijn dood deden indertijd twee versies de ronde. De officiële versie vertelt dat de streng Lutheraanse Kindling moreel kapot ging aan het soldatenleven en daarom zelfmoord had gepleegd, dit was volgens het gemeentearchief van Baarle-Hertog. Grensgids Jan Snoeckx kroop in de nacht van 16 februari 1916 door de dodendraad. Plots stond hij voor twee Duitse soldaten die bezig waren met het stelen van aardappelen. Dit is de tweede versie van Kindlings dood. Bij het daarop volgende gevecht werd Wilhelm Kindling doodgeschoten. In de buurt werden huiszoekingen gedaan. Uiteindelijk werd alleen grondeigenaar Gust Jansen voor verhoor opgepakt en nadien weer vrijgelaten. - Bernhard Synalinski uit Duitsland stierf op 1 mei 1917.

De dodendraad zag er overal anders uit. In een open landschap volstond een drietal stroomdraden, in bosrijk gebied waren er vijf of zes en soms meer. Ook de isolatoren verschilden al naargelang de regio. Bij de reconstructie van dit schakelhuis werden kleine isolatoren gebruikt. Ze zijn afkomstig van de oorspronkelijke dodendraad en werden ter plaatse  bij akkeronderzoek gevonden. De dodendraad versperde de oprit van de boerderij van Gust Jansen op Zondereigen nr 14. Daarom maakte hij een ontsluitingsweg over zijn akkers. De buurtkinderen konden niet meer samen spelen, de contacten met de buren in Nederland waren zeer beperkt. Alleen wanneer de doodsklok luidde, werd er bovenop de hooimijt over en weer geroepen wie het slachtoffer was. De mensen op het platteland kenden geen elektriciteit noch de daaraan verbonden gevaren. Dit verklaart de bijzonder hoge tol aan mensenlevens. De slachtoffers hadden gruwelijke wonden. Hun lichaam was vaak helemaal verkoold, waardoor ledematen gewoon eraf vielen. Via de QR-code luisteren we naar het verhaal van Liza Huybrechts, dochter van Karel Huybrechts en Amelie Nooyens. Liza woonde een tiental meter op Nederlands grondgebied. Toen Zondereigen bezet werd op 3 november 1914, keerde zij met haar broer en zus van school terug. Duitse soldaten hadden de grens met takkenbossen en prikkeldraad afgesloten en de drie kleuters mochten niet naar huis. Na veel smeekbeden en traantjes mochten ze alsnog de grens passeren.

Langs ons pad staat af en toe een grote boerderij, verscholen door bomen. Als beschutting tegen de wind. Rondom hectaren landbouwgrond. Mais en aardappelen. Af en toe een weiland met koeien en paarden. Bij knooppunt 87 nodigt een picknicktafel uit om even halt te houden. We genieten van een thermos warme koffie die we hebben meegebracht. We zijn omgeven door groene bossen dat enkel doorsneden word door een smalle asfaltbaan. We rijden over de oude spoorwegberm “Bels lijntje”. Onder het asfalt lagen de sporen van de voormalige spoorwegverbinding tussen Turnhout en Tilburg in Nederland. Het Bels Lijntje loopt over een lengte van 22km op Nederlandse en 8km op Belgische grond. Tijdens WOI werd de lijn door de Duitsers bij de grens met prikkeldraad in twee gedeeld. Na de bevrijding in 1918 werd het treinverkeer opnieuw gestart. In 1934 werd het personenvervoer definitief gestaakt. In 1994 werd de spoorweg omgevormd tot verhard fietspad. Zoals aangegeven volgen we eerst route 05, voor ons volgende infobord. Daarna komen we terug naar hier om knppnt 82 te volgen. Hier heeft men kruisjes op het asfalt geschilderd, en de letters B en NL. De kruisjes doen mij denken aan de prikkeldraad die men gebruikte om de grenzen af te sluiten.

Bij infobord nr 15 staat geen afspanning. Maar het informatiebord spreekt boekdelen. Ongeveer één miljoen Belgen vluchtten tijdens de eerste oorlogsmaanden naar het neutrale Nederland. Ze werden bij burgers of in vluchtoorden ondergebracht en kregen voedsel aangeboden. Tal van hulporganisaties werden opgericht. De grote toevloed kwam pas op gang na de belegering en overgave van Antwerpen op 09 oktober 1914. In Baarle verbleven toen niet minder dan 24.000 vluchtelingen. Sommigen kwamen via het spoor, anderen langs de weg van Turnhout naar Breda. Het internationale treinstation van Weelde en Baarle-Grens werd door vluchtelingen overspoeld. Gelukkig keerden heel wat mensen na enkele dagen of weken terug. In vluchtoord Baarle-Grens was een tekort aan kleding, dekens, warmte en licht. Mensen sliepen op verontreinigd stro. Dat gaf veel stof, was een kweekplaats van ongedierte en een bron van besmetting. Vluchtelingen die in het vluchtoord werkten kregen punten waarmee zij in een winkeltje terecht konden. Later werd dit Baarlese puntensysteem in andere vluchtoorden overgenomen. Op hun vlucht verloren gezinsleden elkaar uit het oog. Moeders renden met hun kinderen op hun arm, bittere angstkreten slakend en naar andere familieleden zoekend. Vaders van een groot gezin bonden de kinderen met touwen aan elkaar. Een jongetje dat in de avond van 27 oktober 1914 zwervend tussen Chaam en Ginneken was aangetroffen, werd in Baarle met zijn moeder herenigd. Ook nabij dit infobord werden dodelijke slachtoffers betreurd: Jos Bax uit Ravels stierf op 22 november 1914. Een brandweerman uit De Damsvaart in Overijsel liet het leven op 13 maart 1915. Armand Selos uit Frankrijk verloor het leven op 28 december 1915. Léon de Fressanges uit Brussel (1 februari 1916). Twee krijgsgevangenen uit Rusland op 25 mei 1916. Werner Offer uit Duitsland op 26 mei 1916. Jan van Thurenhout uit Mechelen stierf op 05 oktober 1916. Om er slechts enkele te noemen.  

We rijden terug naar knppnt 82. Het wordt drukker van fietsers en wandelaars.                   Van wielertoeristen blijven we echter gespaart. Het is hier te druk om met een colonne laagvliegers het fietspad te terroriseren. De vogels trekken het zich helemaal niet aan.       Hun lied klinkt luid vanuit de toppen van de bomen. Mooie vergezichten zonder een woning te zien. Tussen knppnt 82 en knppnt 91 rijden we voorbij Schaluinen. Een kleine bewoonde plaats zonder kerk of marktplein in de gemeente Baarle-Nassau. Voor het centrum van Baarle-Hertog vinden we het volgende infobord, nr 1. De gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog zijn al eeuwenlang met elkaar vergroeid. Tijdens WOI was Baarle-Nassau als Nederlandse grensgemeente in staat van beleg. Ondanks de voortdurende oorlogsdreiging slaagde Nederland erin om neutraal te blijven. Baarle-Hertog was in staat van oorlog.          De Belgische enclaves konden niet bezet worden door het Duitse leger zonder neutraal grondgebied te betreden. Deze enclaves vormden samen met de vrij gebleven dorpen in West-Vlaanderen het Koninkrijk Vrij België.

Zondereigen, een gehucht van Baarle-Hertog, was wel bereikbaar en werd door Duitsland bezet. Dat ene dorp Baarle werd dus vanuit drie landen bestuurd! Een overbelichte foto op het infobord toont hevige Militaire bedrijvigheid bij het treinstation van Baarle-Nassau. Duitsland drong erop aan om het smokkelen van voedsel, kranten, brieven en mensen te beletten. Pas toen in Nederland voedsel tekorten ontstonden, kwam er ook een streng uitvoerverbod. Er mochten vanuit Baarle-Nassau zelfs geen etenswaren naar de Belgische enclaves worden geëxporteerd.

In Baarle was er vaak discussie over de nationaliteit van de dienstplichtigen. Een aantal jongens verkoos de veilige bewakingsopdracht van het Nederlandse leger boven de gevaarlijke strijd in België. Belgische jongeren uit de enclaves werden heel de oorlog lang opgeroepen om hun dienstplicht te vervullen, leeftijdsgenoten in bezet gebied niet. Zij konden na verloop van tijd het leger niet meer vervoegen omwille van de elektrische draad.

Terwijl alle gemeenten verplicht waren het juk van de bezetter te dragen, bleef Baarle-Hertog een bij uitstek bevoorrechte gemeente. Zij was een doorn in het oog van de Duitsers, een symbool van het onoverwonnen vaderland en een smet op het Duits palmares. Tijdens WOI behoorde deze gemeente administratief en gerechtelijk tot het arrondissement Veurne.  

Tot in de 19de eeuw behoorden Baarle-Hertog en Baarle-Nassau tot dezelfde parochie die onder de St-Remigiuskerk viel. De kerktoren van ruim 46m hoog is uitgerust met een uivormige bol en versiert met kalkzandsteen. De huidige 16de eeuwse Sint-Remigiuskerk in Kempische gotiek is gebouwd op de plek waar ooit in de vroege middeleeuwen een Romaans kerkje stond. Tijdens WOII werd ze zwaar beschadigd en rond 1959 in de oorspronkelijke stijl herbouwd. In de linker pilaar van het portaal bevindt zich een kadasterbout van waaruit de omgeving nauwkeurig kadestraal werd opgemeten. De gebrandschilderde ramen zijn van de Antwerpse tekenaar en glazenier Jos Hendrikx die hieraan werkte van 1959 tot 1970. Elke zondag is het hier koopjesdag.

We dwarsen negen keer de Nederlandse en Belgische grens. We belanden uiteindelijk in Baarle-Nassau, en Baarle-Hertog bij knppnt 92. Overal nadarbarelen. Straten zijn afgespannen met rood-wit lint. Op een affiche lezen we dat hier een wielerwedstrijd wordt gehouden. Maar eveneens een motortreffen. Het zal hier druk worden. We wandelen naast onze fietsen. We willen iets drinken. De terrassen zitten overvol. Er is amper plaats. We kunnen onmogelijk voorbij de afspanning. Onze fietsen ergens achterlaten is geen optie. We volgen nog altijd route 92 en komen vanzelf bij het VVV-kantoor. Infobord nr 2 hangt aan het eerste gemeentehuis van Baarle-Hertog. Gebruikt tot 1987 en gebouwd in 1877. Het doet nu dienst als heemhuis. Baarle-Hertog was tijdens WOI het centrum van de brievensmokkel. Hier was het enige Belgische postkantoor, (in Kerkstraat 1), aan de grens met Nederland dat niet door Duitsland gecontroleerd werd. Om het moreel van de Belgische soldaten te breken, weigerde de Duitse censuur brieven van en naar het front. Al vlug werden netwerken voor de smokkelpost opgericht. Brieven werden in elke provinciestad verzameld en via Brussel naar Baarle-Hertog gebracht. Vanaf hier gingen de brieven en postkaarten via Baarle-Nassau, Den Haag, Vlissingen, Londen, Folkestone en Calais naar het front en omgekeerd. De organisatie “Aide aux Sodats Belges” verzond van hieruit pakjes met tabak, voedsel en kledij naar de frontsoldaten. Eind 1916 passeerde hier zeker 80% van alle Belgische smokkelbrieven. Maandenlang leefden gezinnen in de onzekerheid over het lot van hun vader of zoon aan het front. Brieven brachten opluchting, maar konden niet via de gebruikelijke kanalen bezorgd worden. Een der eerste brievensmokkeldiensten was “Post der Geallieerden. Deze werd in Folkestone opgericht in samenwerking met de Belgische militaire censuur.

 Toen de Duitsers in 1918 een dankbrief uit Engeland onderschepten, werd Miet Verhoeven, een grensgids uit Hoogstraten, aangehouden wegens het verlenen van hulp aan rekruten voor het Belgische leger. Tijdens WOII was zij nogmaals actief in een Baarlese pilotenvluchtlijn. Aan de zijkant van het oud-gemeentehuis staat een standbeeld voor deze heldhaftige vrouw. Na de bevrijdingsoptocht van 12 augustus 1919 werden soldaten uit Baarle-Hertog in het gemeentehuis ontvangen. Een foto toont de helden op de trappen voor de ingang. Boven had een gendarmerieafdeling haar kantoor. Hier werden duizenden rekruten voor het Belgische leger geregistreerd en vond de militaire keuring voor dienstplichtigen plaats. In 1918 was hier ook het vredegerecht ondergebracht. Het grote gezin van de veldwachter woonde beneden.

We verlaten Baarle-Nassau en volgen route 80, richting Loveren. Dit dorp is een gehucht binnen de grenzen van  de gemeente Baarle-Nassau. Hier vinden we kort achter elkaar 2 infoborden. Infobord nr 3 verteld het verhaal van de zendmast die in Baarle-Hertog werd gebouwd. Het Belgische leger bouwde een draadloos afluister-, zend- en meetstation: “MN7”. De centrale mast was veertig meter hoog. Op elke hoek van het perceel stond een mast van zestien meter. Er stonden barakken waarin de gezinnen van de radio-operateurs woonden. De houten gebouwen werden opgetrokken onder het voorwendsel dat dit een vluchtelingenkamp was voor Belgen die in Nederland niet langer welkom waren. Nederlandse soldaten hielpen een handje met het rechttrekken ervan. Bovenaan de hoofdmast werd de Belgische vlag gehesen onder het alziende oog van Duitse officieren op het dak van het treinstation in Weelde-station, vijf kilometer verderop. Een complete zendinstallatie werd clandestien binnengesmokkeld. Kleine apparatuur arriveerde onder groenten in een hondenkar. Grotere voorwerpen werden in de auto van de burgermeester vervoerd. Zijn dochters moesten bij het vervoer naar de Nederlandse soldaten en douaniers zwaaien. Die konden niet aan de lieftallige blikken van de meisjes weerstaan en hadden geen oog voor de geheime lading. De ontvangst- en zendapparatuur aan de Chaamseweg was aan drie zijden door Nederland omgeven. Bij een vijandelijke beschieting zou ook Nederlands grondgebied getroffen worden, wat een Duits bombardement onmogelijk maakte. Om storingen te vermijden, werd de meetinstallatie wat verderop geplaatst, aan de Pastoor de Katerstraat. Het woonhuis van de burgemeester stond tussen de twee locaties in. Op 16 oktober 1915 werd het eerste bericht ontvangen. MN7 verzond spionage berichten naar de geallieerde legers en stoorde Duitse zenders. Er werden Duitse berichten onderschept over de soldatenopstand, onderhandelingsmarges in Compiene en de capitulatie. In Baarle-Hertog wist men nog voor de vredesonderhandelaars dat de oorlog voorbij was.

Het meetstation berekende de koersrichting van zeppelins en duikboten. Bondgenoot Groot-Brittannië kon vervolgens gewaarschuwd worden voor op til zijnde bombardementen van steden en torpederingen van schepen. Op die manier werden ongetwijfeld veel mensenlevens gered. Burgemeester Henri van Gilse leidde in Baarle-Hertog het verzet en speelde een belangrijke rol bij de oprichting van MN7. Hij stelde grond ter beschikking en in zijn huis, waar we nu staan, was het militaire hoofdkwartier gevestigd. Tijd voor het innerlijke van de mens te versterken. Bij de eerste de beste picknicktafel eten we onze meegebrachte boterhammekes op. Een ouder echtpaar rust uit op de bank. Ze vinden het niet erg als we erbij komen zitten. We houden een gezellige babbel met de mensen.

Infobord 4 gaat vooral over het neutrale Nederland. Anderhalf miljard mensen waren met elkaar in oorlog. Dat was 80% van de toenmalige wereldbevolking. Nederland was een vredesbaken te midden van oorlogvoerende volkeren. Berlijn respecteerde de Nederlandse neutraliteit om militaire en economische redenen. Een neutraal Nederland bood rugdekking aan het Duitse leger en de Rijn was de belangrijkste aanvoerroute voor het Ruhrgebied. Ook Nederland leed erg onder de oorlog: door mobilisatie, de vluchtelingenopvang, de voedsel- en brandstof tekorten en de economische crisis. Op een oude zwart wit foto zitten een dertigtal rode huzaren op hun paarden. Ze waren afkomstig uit Amersfoort en hier in Loveren gekazerneerd. Het Nederlandse leger verstevigde zijn greep op de samenleving.      In 1918 stond driekwart van het grondgebied onder militair gezag. Het leger kon door het uitroepen van de staat van beleg tot evacuatie van de bevolking overgegaan.

Zo werden alle behoeftige vluchtelingen uit de grensprovincies verwijderd en naar een vluchtoord landinwaarts gestuurd. Ook werd een avondklok ingesteld. Baarle-Nassau werd onder de voet gelopen door 2.000 Nederlandse grenswachters. Er kon niets gebeuren zonder de toestemming van de militaire oversten. Zo gaf de divisiecommandant van het Nederlands veldleger zijn toestemming om Sinterklaas met zijn knecht in kostuum in het dorpscentrum te laten verschijnen. Een optocht naar de kinderen aan de grens werd echter geweigerd.

Tachtig soldaten van het Nederlands garnizoen die in de barakken op Loveren sliepen waren elke nacht klaar om uit te rukken bij alarm. Men was ervan overtuigd dat Duitsers met een gepantserde trein een aanslag tegen het Belgische militaire zendstation zouden plegen. Omwille van de neutraliteit wilde men dit absoluut voorkomen. Op maandag 6 december 1915 werden in het station van Baarle-Nassau vijfenzestig gewonde Britse krijgsgevangenen uit bezet België aan het Nederlandse rode kruis overgedragen. Twee dagen later spoorden vijfenveertig gekwetste Duitsers huiswaarts. Nederland speelde als neutraal land een belangrijke rol bij deze uitwisseling.

Na knooppunt 80 rijden we langs de Ulicotense- of de Bleeke Heide. In beide gevallen is de Heide een weidevogelreservaat. De natte weilanden rond de vennen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op weidevogels zoals de kievit en de scholekster. De vennen worden bewoond door verschillende soorten kikkers en salamanders. Dit voormalige landgoed ligt op de grens met België. De bossen liggen net op Hollands gebied. Behalve bossen en heide zijn er op het landgoed ook akkers en lanen. Ook bijzondere uitheemse dennensoorten zoals de alpenden en de zeeden, geplant door een vroegere eigenaar, zijn hier te vinden.    Rechtsaf voor infobord 5. Nederland was het eerste West-Europese land dat tot de algemene mobilisatie overging op 31 juli 1914. Op 3 augustus telde het Nederlandse leger al 204.000 soldaten. Zij werden ingezet voor de bewaking van vluchtelingen en gearresteerde buitenlandse militairen. De meeste jongens werden echter zuidwaarts gestuurd voor de grensbewaking. Baarlenaren kwamen vaak in de omgeving van Bergen op Zoom terecht. In Baarle-Nassau verbleven veel jongens uit Amsterdam. De katholieke bevolking van Baarle keek met argusogen naar al die protestanten en joden. Sommige soldaten waren zelfs socialist. Zowel Nederlandse als Belgische jongens van Baarle waren onder de wapens. Op minstens één plaats stonden zij regelrecht tegenover elkaar, namelijk in het interneringskamp van Harderwijk. Nederlandse kampwachters uit Baarle bewaakten daar Belgische geïnterneerden, waaronder dorpsgenoten. Elke grensstrook kreeg een eigen bewakingsploeg. Het werk bestond in de eerste plaats uit het arresteren van buitenlandse gedeserteerde soldaten. Die werden ontwapend en naar interneringskampen gestuurd. Ook werd getracht om de smokkelhandel richting België af te stoppen. Sommige wachtposten in Baarle-Nassau lagen ver van de bewoonde wereld. In Baarle-Nassau werd huisvesting gevorderd voor tweeduizend grenswachters. Inkwartiering van een soldaat gaf recht op een schadeloosstelling van 20 cent per dag. Voor inkwartiering met voeding werd tachtig cent betaald. Zo kwam veel geld naar de grensregio. De welvaart op het platteland nam toe, ook al dankzij de hoge landbouwprijzen. De mobilisatiemoeheid nam steeds grotere vormen aan, zeker toen tegen het einde van de oorlog ook in het Nederlandse leger de honger toesloeg. De leefomstandigheden waren slecht en er waren veel zorgen over de achterblijvende gezinnen. Die kwamen in moeilijkheden door de prijsstijgingen en het wegvallen van inkomens.

Aan knppnt 18 dwarsen we voor de zoveelste keer de grens en rijden terug op Belgisch grondgebied. Landbouwgrond met koren van 1 meter hoog. Nog een maand en het mag geoogst worden. De roze rode vingerhoedskruid geeft enig kleur tussen het gras langs de kant van ons traject. De plant bloeit van mei tot oktober en kan tot 150cm hoog worden.   Na de Brabantse bossen rijden we door een stilte gebied. Enkel de vogels houden daar geen rekening mee. Hoog in de bomen zingen ze hun mooiste lied. De merel en de vink maken er een spelletje van, om ter hards fluiten. We rijden door een kleine gemeenschap van enkele boerderijen. We stoppen om een infobord te lezen dat door de kippenkwekerij is geplaatst. “Wat was er eerst? De kip of het ei?” het is een eeuwenoude vraag die nog steeds op een antwoord wacht. Ook dit bord zal het raadsel niet oplossen. We komen wel iets meer te weten over de eieren. Waar ze naar toe gaan en wat er met de kuikentjes en de kippen gebeurt. We rijden door het oude, afgelegen grensgehucht Hal. Het is slechts een vertakte straat, die vertrekt van de Bredaseweg. Bestaande uit enkele boerderijen en een grote wegkapel. In rode baksteen opgetrokken in 1924 gewijd aan O.L.Vrouw. Na W.O.II sterk vergroot. Het interieur is nochtans erg sober. Niet minder dan zes kerkstoelen staan voor het kleine altaar. Een klein Mariabeeld met kind in een nis. Erboven twee dankbetuigingen met tussenin een ingemetste reliëfsteen met de naam “Maria”. Het plafond is gewelfd. Houten banken tegen de zijmuur. De vloer is in schaakmotief van rood witte tegels gelegd.  

Ook bij het gehucht Hal voor de Belgische-Nederlandse  grens houden we halt voor infobord 6. De blikvanger is ongetwijfeld het wachthuisje van een grenswachter. Een oude foto toont op de voorgrond twee grenswachters. De bajonet op het geweer en de kolf op de grond staan ze in houding. Twee heuptasjes met munitie om hun middel gebonden. De mensen achter de prikkeldraadversperring zijn Nederlandse toeristen. De eerste ramptoeristen.

De rivier “Het Merkske” vormt hier de grens. Aan knppnt 19 moeten we even route 20 volgen voor ons paneel nr 7. We rijden op het grondgebied van Castelre, een gehucht van Baarle-Nassau en Minderhout, een deelgemeente van Hoogstraten zijn gelegen in een ander land en behoren tot een verschillend bisdom. Doch vormen ze evenwel van oudsher één parochie. Na het sluiten van de rijksgrens door het Nederlandse en Duitse leger waren vanuit Castelre de gezamenlijke parochiekerk en –school in Minderhout niet meer bereikbaar. Met financiële hulp van de Nederlandse regering werd op 16 maart 1916 een houten noodkerk en –school ingewijd. Eerst werd de H. Mis nog opgedragen in het nabijgelegen dorpscafé “Den Hooiberg”. Er werd zelfs lesgegeven. Tijdens de mis en de schooluren werd er uiteraard niet getapt. De regendruppels vielen van het gewelf en de kaarsen regenden uit. Elke zondag werden mensen ziek. Boven het altaar van de noodkerk hingen de Nederlandse en Belgische vlag. Twee klaslokalen waren door een houten wand van de kerk gescheiden. Al was in Nederland het onderwijs neutraal, toch werd in Castelre les gegeven in het katholieke geloof. Dit gaf aanleiding tot een ware schoolstrijd, die na WOI gewoon verder ging. De noodkerk en –school werden na de oorlog afgebroken. Op de plaats bouwde men een herdenkingsmonument uit dankbaarheid omdat WOI weinig schade had aangericht in Castelre. Dit “kapelletje” werd op Hemelvaartsdag 1938 ingewijd en staat op de exacte plaats  van het vroegere altaar van de noodkerk. De heemkundekring Amalia van Solms liet het restaureren en opnieuw inhuldigen op 15 augustus 2004. Castelre heeft een grillige, ongeveer 14km lange grenslijn. Het is de enige plaats in Nederland die zowel ten noorden, ten westen als ten zuiden aan België grenst. Op de foto tellen we exact 43 Nederlandse infanteristen die poseren voor de camera. Achter hen een Vlaamse schuur op het Groeske. In totaal werden een tachtigtal grenswachters hier ingekwartierd. Op 27 december 1914 mochten kerkgangers uit Castelre om 11.00u nog naar huis terugkeren. Daarna werd de weg tussen Minderhout en Castelre door Duitse soldaten afgesloten. In de namiddag werd Jeanne Philipsen hier doodgeschoten toen zij met haar moeder en broer alsnog probeerden om de grens te passeren. Jeanne ligt begraven ten zuiden van de Sint-Katharinakerk in Hoogstraten. De grensbewaking gebeurde door oudere soldaten die behoorden tot de reserve van het Duitse leger. Ze waren niet echt inzetbaar aan het front, maar in de ogen van het Duitse opperbevel waren zij goed geschikt om de grens te bewaken. Met extra patrouilles per fiets en te paard werd het smokkelen bestreden. Foto nr 6 toont ons Leon Baes. Tot priester gewijd op 30 december 1914. Op 6 februari 1915 werd hij tot noodpastoor van Castelre benoemd. Baes stond aan het hoofd van een speciale inlichtingsdienst van het Belgische leger. Hij was de spilfiguur in een organisatie die spionageberichten, smokkelbrieven en vluchtelingen over de grens hielp.

Tot aan het knppnt 52 is het 2,5km rijden. Over de rivier Mark. Infobord 8 is op de grens vlak voor het centrum van Minderhout. Enkele foto’s op dit bord vertonen het einde van de oorlog. De vlucht van de bezetter en de feestvreugde van onze landgenoten. Nederland verleende op 10 november 1918 politiek aan Wilhelm II, de Duitse keizer. De Nederlandse traditie om plaats te bieden aan al wie vervolgd wordt werd niet terzijde geschoven om de overwinnaars van de oorlog wraak te laten nemen. Voor dit standpunt was er bij de geallieerde maar weinig begrip. België was woedend over de terugtocht op 12 november 1918 van 70.000 Duitse soldaten, beladen met oorlogsbuit over Nederlands grondgebied. In Baarle-Nassau staken 190 Duitse soldaten de grens over. Zij werden ontwapend en keerden per trein via Eindhoven en Kaldenkirchen naar huis terug. Spanning op de vredesconferentie in Versailles (1919), waar België de herziening van zijn grenzen vroeg. Voor zijn defensie moest het kunnen steunen op de Maas- en Scheldelinies. Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg werden opgeëist. Ook werd een grenscorrectie in Baarle gevraagd. Baarle-Nassau werd alvast ingekleurd als toekomstig Belgisch gebied. Een foto uit Minderhout van 1919 tijdens de vredesoptocht. Victor Donckers poseert met zijn ossenspan voor de camera. Door de Duitse opeising van paarden moesten de landbouwers overschakelen op ossen om hun land te bewerken. Op de kar staat een beerton met daarin een pop die keizer Wilhelm II voorstelt. Zo werd wraak genomen op de bezetter.

We komen niet echt door het centrum van Minderhout. We beginnen nochtans dorst te krijgen. We houden halt bij de volgende kapel. De O.L.Vrouw van den Akkerkapel of de kapel van O.L.Vrouw van zeven weeën. Een éénbeukig bakstenen bedehuis uit de 17de eeuw. Tot tweemaal toe kende de kapel een uitbreiding in de 18de eeuw. Boven de ingang is houtsnijwerk met engelenhoofdjes aangebracht met datum 1663. Naast de deur is een infobordje geplaatst waarop eveneens een datum opstaat, namelijk 1650. Het H. Hart bovenaan is van recentere datum. Het interieur heeft twee gebeeldhouwde groepen uit 1935.  Beiden zijn kopieën uit 1694. Het 17de eeuwse portiekaltaar met bustes van de H. Joachim en St-Anna zijn het bekijken waard. Na WOII moest ze grondig herstelt worden. De gebrandschilderde glas-in-loodramen van 1956 spreken tot de verbeelding. Bedevaarders van overal kwamen naar de kapel. Maria werd er vooral aanroepen tegen koorts.

Infopaneel 9 is nabij knppnt 52. We gaan eerst de “Laermolen” bezoeken aan de overkant. Reeds vanaf 1381 is hier sprake van een, vermoedelijke, houten olieslagmolen, eigendom van de Heer van Hoogstraten. Deze molen brandde af in het geweld van de tachtigjarige oorlog van 1586. Daarna werd de molen meermaals “verbeterd en uitgebreid”: een verstening rond 1615, een dubbele molen met gigantisch strodak over de Mark in 1716, en een recht trekking van de Markrivier in 1744. Eind 19de eeuw werd de molen minder rendabel en in 1911 stopte alle maalactiviteiten. Er restte in het jaar 2000 slechts een ruïne van het rechtergebouw, welke door VZW De Laermolen succesvol gerestaureerd werd. Vanaf april 2004 kan men het proces “van koolzaad tot olie” terug aanschouwd worden. Ook vandaag is de molen opengesteld voor publiek. Er is enorm veel belangstelling. We nemen een kijkje binnenin. Alles lijkt nieuw. Alles kraakt en knarst en piept.

Op infobord 9 valt de eerste foto enorm op. Een majestueuze villa in Hoogstraten. Villa de Ruyter. Begin 1916 verhuisde de Duitse telefooncentrale van de rijkswachtkazerne naar deze villa. Voor de bewaking van de grens met Baarle-Nassau was hier een verbinding met de buitenpost in het Withof te Minderhout. Eind 1917 installeerden de Duitsers in Kalmthout een radiotelegrafiecentrale; die was minder gevoelig voor sabotage. Tweemaal eerder waren in Minderhout de telefoondraden doorgeknipt. Villa “De Ruyter” is inmiddels, op de voorgevel na volledig verbouwd en ingedeeld in appartementen.

België betaalde Duitsland een maandelijkse oorlogsschatting van veertig miljoen frank, eind 1916 werd dit bedrag verhoogd naar vijftig miljoen. Daarnaast waren er opeisingen van voedsel en grondstoffen. De oorlog was een miserabele tijd door strenge Duitse controles, hongersnood, ontmanteling van de Belgische industrie, deportaties en verplichte tewerkstelling in Duitsland. De bewegingsvrijheid werd beknot, nieuws was schaars. Correspondentie en drukwerk werden streng gecensureerd. De horizon werd versmald tot de grenzen van de eigen gemeente.

De rododendron bloeit weelderig. Rechts van ons de kerktoren van Hoogstraten. Ons geduld wordt beloond. Vlak voor infobord 10 is een café ‘In Holland’. Hier lessen we onze dorst op het terras achteraan met een streekbier “Lepe”. In maart 2009 vierde Theatergroep “De Lepe Hoek” hun 25-jarig bestaan en bracht daarom een eigen bier op de markt. Dit blond bier van 6,2° kreeg de gepaste naam Lepe en wordt nog steeds in Meer gebrouwen. We genieten van de zon en de rust. Een portie kaas met augurk hoort er eenmaal bij.

Wat later staan we bij infobord 10 dat vertelt dat België geïsoleerd raakte van de rest van de wereld, door de economische blokkade tegen Duitsland. Dat leidde tot grote tekorten, voortdurende prijsstijgingen en hongersnood. Aan Belgische schoolkinderen werd dagelijks “kindersoep” bedeeld. Tijdens de oorlog was het onderwijs er slecht aan toe. Er was een tekort aan onderwijzers en nogal wat leslokalen waren door de bezetter opgeëist. Door een gebrek aan steenkool werd in 1916 de grote vakantie verschoven naar de winterperiode. Dan moest het schoolgebouw tijdens de koudste maanden niet verwarmd worden.

Er verschenen steeds meer nieuwe oorlogskookboeken met surrogaatrecepten en ersatzproducten omdat het voedselaanbod alsmaar veranderde. Koffie werd vervangen door cichorei, melk door een kalkpapje met aardappelbloem, vlees door haring en uien door tulpenbollen. Plantaardig bakvet, bereid uit kokosnoot, nam de plaats in van boter. Vooral de stadsbevolking had onder de tekorten te lijden. Neutrale landen, de Verenigde Staten voorop, richten in november 1914 een hulporganisatie op: “The Commision for relief in Belgium”. De hulpgoederen op de foto vermelden aantallen per duizend kilogram, waaronder: Melk 81.677, rijst 339.675, spek 378.058, om er maar enkelen te noemen. De getallen spreken voor zichzelf. Omdat de rantsoenen op verschillende plaatsen en dagen beschikbaar kwamen, moesten huisvrouwen urenlang hun beurt afwachten in koude, hitte, regen en wind. Brood ging op de bon, net als andere schaarse voedingswaren. Het rantsoen voor brood kwam op 400gr per dag. In februari en maart 1918 werd deze hoeveelheid gehalveerd. Het tekort aan meel was zo groot dat het met aardappelmeel vermengd werd. Het brood dat men hiervan bakte, werd “regeringsbrood” genoemd.

Overal aan de Nederlandse en Belgische grens stonden schildwachthuisjes. Ons Rina poseert in het plaatselijk “huisje” nabij het infobord. Zo zagen ze er tijdens WOI niet uit. Ze waren van stro, plaggen, takken of planken. Er was geen standaardmodel.

Aan knppnt 11 is het 16:30u gepasseerd. Bij ons volgende Mariakapel rusten we uit op de zitbanken. De kapel is omgeven door bomen en struiken. Een oase van rust en meditatie. Tussen de knooppunten 11 en 12 ligt de begraafplaats van Wortel-Kolonie. Vlakbij de ringgracht rond de strafinrichting. Boven de halfronde boogingang staan de jaartallen: 1870 – 1986. We wandelen binnen langs de gietijzeren poort met granaatappel. Het symbool voor de “onderwereld”. Een dreef brengt ons tot de gemetste sokkel met betonnen kruis, waar vroeger het beeld van Christus hing. In het midden van de sokkel een arduinen plaat met de woorden: Hulde aan onze oorlogsslachtoffers Wortel-Kolonie 13 – 10 – 1944. Links en rechts kleine oude kruisjes op een vierkante sokkel. Ooit helemaal wit geschilderd. De jongste overledene die hier zijn laatste rustplaats heeft gekregen dateert van 2012. Een zekere Adrianus van Wellen. Overleden op 86 jarige leeftijd. Er liggen enkele bloemen, knuffels en bloemenkransen op de grond. Al zijn het dan plastieken. Sommigen hebben een loden plaatje met een nummer, of soms alleen de datum van overlijden. Alles verweert door weer en wind. De begraafplaats zelf heeft dringend een onderhoud nodig. Het onkruid tiert welig. Nergens een bloemetje of een ander aandenken. Landlopers zonder familie? Rond de begraafplaats groeit de rododendron welig. Hij staat in volle bloei. Verder staan hoge bomen en struiken die het geheel wat opfleuren.

Om 17:20u zijn we bij ons voorlaatste infobord. Bij foto 5 poseren zes Duitse soldaten voor een barak met een enorm groot zoeklicht. De barak stond ten zuiden van de Grensdreef, de oude baan van Hoogstraten naar Den Bosch. Dichtbij Baarle-Brug. De schijnwerper had als doel mensen op te sporen. Overdag hingen luchtballonnen boven de draadversperring.

Grensgids Jozef Bax werd op 9 juli 1917 aan de dodendraad in Merksplas geëlektrocuteerd. Zijn lichaam vertoonde geen andere kwetsuren dan een lange, zwarte streep. Bax was stadsarbeider in Turnhout en vader van vijf kinderen. Hij maakte deel uit van een Brits spionagenetwerk. Agenten van de Britse spionagediensten zorgden ervoor dat de grensgidsen inzicht kregen in wat elektriciteit was en hoe men ermee om diende te gaan. Allerlei hulpmiddelen werden geleverd, zoals rubberen laarzen en handschoenen, geïsoleerde tangen en al dan niet plooibare houten kaders voor het smokkelen van mensen.

Ons laatste bord is slechts een paar meter verder. Infobord 12 gaat voornamelijk over het smokkelen zelf. Allerlei tekorten veroorzaakten nooit geziene activiteiten aan de rijksgrens. De voornaamste smokkelproducten waren: bloem, boter, bukvet (cocosboter), erwten, koffie, rijst, suiker, tarwe, benzine, kaarsen, etc. Daarnaast werd er gesmokkeld vanwege de grote winsten op de smokkelwaar. Op de Spaarkas van de Belgische Boerenbond stegen de tegoeden van 16 miljoen in 1914 naar ruim 171 miljoen in 1918. In Nederland steeg het aantal miljonairs van 465 naar 1.239. Men noemden deze mensen “oorlogswinstmakers”. Alleen al in de provincies Noord-Brabant en Limburg werden 40.000 personen wegens smokkelactiviteiten uitgezet.

Klaveren Vrouwke, alias Geert Schrauwen uit Sint-Willebrord bij Roosendaal, is ongetwijfeld de bekendste smokkelaar uit die tijd. Vermomd als oud vrouwtje, pastoor of non geraakte hij voortdurend ongecontroleerd over de grens. Op 5 mei 1916 werd hij in Horendonk (Essen) neergeschoten. Na de oorlog werden op die plaats de initialen KV in een grenspaal gekrast. Jaak Verstraelen, een 57-jarige vader van 10 kinderen woonde 750 meter verderop in een boerderij, rechts van de weg. Op 1 september 1915 was hij op weg naar de dodendraad om een brief op te halen van zijn zoon. Hij werd door een Duitse soldaat in de rug geschoten. Vrouwen vertrouwden op de schroom van de grenswachters. Een vrouw die vaak over de grens ging, zei drie jaar lang dat ze hoogzwanger was. Tot ze bij een warme kachel werd geplaatst en de boter uit haar kleren droop. Wanneer de diensthond bij vrouwen niet weg te slaan was, zat er ongetwijfeld vlees onder haar lange rokken.

We moeten knppnt 08 blijven volgen tot de kerk van Zondereigen. Van ver zien we twee grote ijsco-hoorntjes langs de kant van de weg. Als blikvanger voor de verkoop van hoeve ijs. De bollen ijs waren dan nog in onze driekleur geverfd. Met het oog op de nakende Wereld Kampioenschappen voetbal. Maar wij fietsen verder. Helaas… na een tijdje zien we langs onze route het knooppuntenbordje staan met het nummer 31. Wat??? Wat is er gebeurt? Te ver gereden? Een bordje gemist? Zoveel vragen en geen enkel antwoord. We nemen de kaart erbij. Wat doen we? Terug rijden? Ik weet niet hoeveel kilometer we te ver zijn gereden. Als we deze optie kiezen kan het zijn dat we het bordje nog niet vinden. We weten niet waar we verkeerd zijn gereden. We kiezen ervoor om knppnt 31 te volgen. Dan knppnt 10 en vervolgens route 99. Dan moeten we weer helemaal knppnt 08 volgen. Niets aan te doen. Vanaf de strafkolonie begint route 08 en  is het nog 6km rijden tot onze auto. Balen is dat, maar niets aan te doen. Dan zien we waar we verkeerd zijn gereden. Net voor de ijscrème hoorntjes hangt ons bordje. Hier moeten we linksaf slaan. Met dat hoeve-ijs daarstraks hebben we dit bord gemist en rechtdoor gereden.

We rijden langs de plastieken serres met aardbeien. De rode vruchten lonken. We kunnen er echter niet bij. Een brede gracht verspert ons de weg. Wat verder zijn jonge aardbei plantjes gezet in open lucht. Hier schuift ons Rina met haar achterwiel van het fietspad. Met dat opzij zien, rijdt ze te dicht bij de zijberm. Het achterwiel met motor doet niet wat zij wil en schuift weg. Ons Rina slaat een gil, maar kan nog net de fiets recht houden. Ze houdt er een pijnlijke knie aan over. De tocht gaat verder. Uitgeput komen we bij de auto. Het is 18:30u en we hebben 48 kilometer gereden. Dat verdiend een etentje. Tot schrijfs.

Reisverhaal ingestuurd door Luc Verschooten ( ) op 27-07-14 (ID 794)

E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

Ken je iemand persoonlijk die doof of slechthorend is?