Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Werking oog
De werking van het oog
GOED GEZIEN HET BESTE
![]() |
Het lijkt zo gewoon,
verkeerssituaties
te kunnen overzien
en zonder moeite
een boek of een
krant te kunnen
lezen. Maar omdat
het zo gewoon
is, ervaren de
meeste mensen
het niet als zodanig.
Wanneer iemand
iets minder goed
ziet, zal dat
hem of haar in
het begin nauwelijks
opvallen. Een
mens went namelijk
aan het beeld
dat hij ziet en
gaat een verminderd
gezichtsvermogen
op andere manieren
compenseren. Bijvoorbeeld
door met de ogen
te knijpen of
de krant of het
boek wat verder
weg te houden.
Zo weten de meeste
mensen niet dat
ze een hoop missen
en dat het zelfs
gevaarlijk kan
zijn om met een
verminderd gezichtsvermogen
door het leven
te gaan. Daarom
is het belangrijk
om zo nu en dan
even bij de ogen
stil te staan
en ze regelmatig
te laten controleren.
In dit hoofdstuk
wordt de werking
van het oog beschreven,
elders leest u
meer over de meest
voorkomende oogproblemen,
welke mogelijkheden
er zijn om daar
iets aan te doen
en wie men daarvoor
kan raadplegen.
DE WERKING
VAN HET OOG
We kunnen het
oog enigszins
vergelijken met
de werking van
een camera. Zowel
het oog als een
camera hebben
een lens en de
pupil kan worden
beschouwd als
de lensopening.
Het netvlies fungeert
als lichtgevoelige
"film"
waarop het beeld
dat van buiten
komt wordt afgebeeld.
Net als een foto-
of filmcamera
heeft het oog
allereerst licht
nodig. Wanneer
een lichtstraal
in het oog valt
wordt deze door
het lenzensysteem
(hoornvlies en
lens) afgebogen.
Daardoor valt
de lichtstraal
op het netvlies.
Het beeld dat
daar wordt gevormd
staat ondersteboven
en is verkleind.
Dit beeld krijgt
pas betekenis
wanneer het via
de oogzenuw in
de gezichtscentra
van de hersenen
terecht komt.
Hier worden de
beelden van beide
ogen gecombineerd
en vindt de interpretatie
plaats.
NETVLIES
Een belangrijk
deel van het zien
gebeurt dus op
het netvlies dat
lichtgevoelige
cellen bevat.
Wanneer zo'n cel
door een lichtstraal
wordt getroffen,
ontstaat een elektrische
prikkel die door
de oogzenuw aan
de hersenen wordt
doorgegeven. Er
zijn twee soorten
lichtgevoelige
cellen: kegeltjes
en staafjes. De
kegeltjes vangen
sterk licht op
en kunnen kleuren
onderscheiden.
De staafjes reageren
op zwak licht,
waardoor men in
de schemering
of 's nachts kan
zien. Op het netvlies,
recht achter de
pupil, bevindt
zich een plek
met een hoge concentratie
kegeltjes, die
de gele vlek wordt
genoemd. Vanaf
de gele plek naar
de randen van
het oog toe, nemen
de kegeltjes in
aantal af en de
staafjes toe.
Intensief en gedetailleerd
kijken gebeurt
met de gele vlek.
Maar wie 's avonds
een zwakke ster
wil zien, doet
er goed aan ernaast
te kijken. Dan
valt het beeld
van die ster namelijk
niet langer meer
op de gele vlek,
maar ernaast op
het netvlies,
waar meer staafjes
zijn. Omdat die
staafjes lichtgevoeliger
zijn dan kegeltjes,
is zo'n zwakke
ster op die manier
beter te zien.
HOORNVLIES EN LENS
![]() |
Hoornvlies en
lens spelen bij
het "scherp"
zien een belangrijke
rol. Zowel het
hoornvlies als
de lens zorgen
ervoor dat de
lichtstraal wordt
gebroken. De grootste
breking treedt
op in het hoornvlies.
De ooglens moet
het beeld verder
"scherp stellen".
Wanneer iemand
een voorwerp in
de verte bekijkt,
dan wordt de lens
door spiertjes
afgeplat. De lichtstralen
worden dan minder
sterk gebroken
en kunnen van
grote afstand
op het netvlies
vallen. Ziet men
een voorwerp dichtbij
dan wordt de lens
boller, waardoor
het licht sterker
gebroken wordt
en het voorwerp
scherp op het
netvlies komt.
Deze aanpassingen
zijn te vergelijken
met het instellen
van een cameralens;
bij het oog gebeurt
dit echter onbewust.
Dit wordt accommodatie
genoemd.
IRIS EN PUPIL
De iris is gekleurd
en die kleuring
is afhankelijk
van de pigmentatie.
Bij weinig pigment
is de iris blauw,
bij veel pigment
bruin. De opening
in het midden
is de pupil en
daarmee regelt
het oog de lichtopname.
De pupil wordt
nauwer bij veel
licht en wijder
bij weinig licht.
Beide pupillen
veranderen gelijktijdig,
in een reflex.
Niet alleen licht
heeft invloed
op de pupillen.
Verkleining vindt
ook plaats wanneer
men naar dichtbij
gelegen voorwerpen
kijkt, terwijl
de pupillen groter
worden bij het
zien van iets
ontroerends of
opwindends.
KLEUREN ZIEN
Zoals reeds vermeld
kan men met de
kegelvormige cellen
van het netvlies
kleuren waarnemen.
Er zijn drie soorten
kegeltjes en elke
soort bevat een
eigen pigment:
rood, groen en
blauw; de zogenaamde
primaire kleuren.
De vele duizenden
verschillende
tinten die een
mens kan onderscheiden
zijn allemaal
van deze kleuren
afgeleid. De hersenen
zorgen er voor
dat men de beelden
niet alleen in
de juiste proporties
ziet, maar via
de signalen die
de kegeltjes uitzenden
ook in de goede
kleur. Dat eenzelfde
kleur soms anders
wordt ervaren,
komt door de kwaliteit
van het licht.
Bij lamplicht
heeft alles een
iets andere kleur
dan bij zonlicht.
Er is sprake van
kleurenblindheid
wanneer men bepaalde
kleuren niet herkent.
De aanleg voor
deze aandoening
is vaak erfelijk
en komt meer voor
bij mannen (8%)
dan bij vrouwen
(0,4%). In de
meeste gevallen
worden de kleuren
groen en rood
door elkaar gehaald.
Omdat verkeerslichten
volgens internationale
afspraken worden
uitgevoerd, weet
iemand die kleurenblind
is door het oplichten
van de bovenste
ronding toch dat
het licht op rood
staat, zonder
dat men de kleur
als zodanig herkent.
BEELDEN ZIEN
Elk oog geeft
z'n eigen beeld
aan de hersenen
door. Doordat
beide beelden
met elkaar gecombineerd
worden ontstaat
perspectief en
kan men diepte
zien. Om dit te
ondervinden kunt
u de volgende
test doen. Sluit
één
oog en probeer
een 30 tot 50
centimeter voor
u op de tafel
liggend voorwerp
met de wijsvinger
in één
keer vanuit de
lucht aan te raken.
Naar alle waarschijnlijkheid
lukt dat niet.
Wanneer u beide
ogen opent, kost
dit echter geen
enkele moeite.
Dit bewijst dat
de ogen slechts
in samenwerking
ruimtelijk zien
en daardoor het
schatten van afstand
mogelijk maken.
![]() |
Echter, ook wanneer
men met beide
ogen kijkt is
het gezichtsveld
beperkt. Alleen
een kleine zone
van het gezichtsveld
is scherp te zien.
Wat zich daarbuiten
afspeelt wordt
weliswaar opgevangen
maar is niet helder.
Toch is deze zone
eveneens belangrijk.
Verschijnt er
een auto in de
hoek van het gezichtsveld,
dan ziet men deze
weliswaar niet
scherp, maar wel
goed genoeg om
erdoor gewaarschuwd
te worden. Dat
men veel beelden
herkent zonder
ze in hun geheel
te zien, is te
danken aan het
geheugen. Beelden
uit het heden
worden vergeleken
met de informatie
uit het verleden.
![]() |
Daarnaast speelt bij waarneming ook de interpretatie door de hersenen een grote rol. Kijk maar eens naar de hierbij afgebeelde tructekeningen. De hersenen worden misleid, waardoor de dingen anders lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Kijk maar eens goed of de horizontale lijnen in de grote afbeelding wel evenwijdig aan elkaar lopen. En welk woord kunt u in het kleine kader lezen?
BESCHERMING
De ogen worden
op natuurlijke
wijze beschermd.
Ze zitten veilig
in kassen waardoor
ze tegen een stootje
kunnen. Daarnaast
worden ze nog
eens extra beschermd
door de oogleden
die zich bij dreigend
gevaar in een
reflex sluiten.
Men knippert zo'n
tien tot vijftien
keer per minuut
met de oogleden.
In een rokerige
ruimte, bij spanning
of grote concentratie
gebeurt dit nog
vaker. Het belang
van het knipperen
is dat er elke
keer een beetje
traanvocht uit
de traanklier
over het oog wordt
verspreid. Traanvocht
gaat uitdroging
van de oogbol
tegen en doodt
schadelijke bacteriën.
De wimpers beschermen
het oog tegen
vuiltjes, kleine
insecten en zonlicht,
terwijl de wenkbrauwen
er voor zorgen
dat regen of zweet
niet in, maar
naast de ogen
loopt.
| | | | | In favorieten opslaan | | |
|
Een vraag of een probleem op SeniorenNet? Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl. |







