Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Dementie: Tips & Tricks

Tips & Tricks voor mantelzorgers en professionelen

1. Conflicten bij het omgaan met dementerende personen
- Ga na of de dementerende persoon je heeft begrepen (gezichtsuitdrukking of gedrag), maar wees geduldig, de informatieverwerking vraagt immers meer tijd.
- Vermijd “verbale gevechten”. De dementerende persoon is niet meer in staat om jouw redenering (hoe correct ook) te volgen. Je bent op voorhand verloren.
- Probeer steeds echt, natuurlijk en consequent te blijven. Dementerende personen voelen heel sterk aan dat de ander een spel speelt. Grenzen zijn nodig om de omgeving te structureren.
- Geef bevestiging en bemoediging daar waar mogelijk.
- Spreek niet te hard en gebruik geen kinderachtige of bestraffende toon. De intonatie van uw stem is meestal belangrijker dan de boodschap. Een hard stemgeluid zal angst in de hand werken; een kinderachtige toon geeft aan dat hij niet serieus wordt genomen.
- Humor werkt ontspannend en bevrijdend. Moeilijke situaties worden gemakkelijker met humor. De dementerende persoon vindt het prettig anderen te zien lachen, zolang hij niet het gevoel krijgt uitgelachen te worden. Humor remt bovendien agressie af. Het is immers niet gemakkelijk om kwaad te worden op iemand die u vriendelijk toelacht. De lach is een basisvorm van communicatie en een vorm die de dementerende persoon tot het einde toe begrijpt.
- Ga er niet van uit dat de dementerende persoon geen besef heeft van zijn situatie. Spreek in zijn aanwezigheid niet over hem in de derde persoon en fluister niet.

2. Omgaan met geheugenachteruitgang
Tijdens het dementieproces kunnen tal van geheugenproblemen naar voor komen. De werking van het geheugen betreft vier stappen: opname, opslaan, verwerking en weergeven van informatie. Bij elk van deze stappen kunnen voor dementerende personen problemen ontstaan. Dit kan het dagelijks functioneren van de dementerende persoon bemoeilijken. Als thuisverzorger kunnen we echter proberen om het geheugen te blijven ondersteunen.

- Het onthouden van informatie gaat achteruit en dat kun je merken aan verscheidene zaken: de dementerende persoon stelt vaak dezelfde vragen, het besef van tijd neemt af, de dementerende persoon herkent bepaalde personen niet meer.
Je kan als thuisverzorger helpen langer te onthouden door het aanbrengen van geheugensteuntjes zoals bijvoorbeeld kalenders, lijstjes, groot uurwerk, kaartjes op de deuren van de kamers.
Op die manier breng je structuur en orde aan en dat verhoogt het gevoel van veiligheid voor de dementerende persoon.
- Het kan ook voorkomen dat een dementerende persoon een aantal zaken niet meer weet en tracht op te lossen door iets te verzinnen.
Verval niet in een 'welles-nietes'-discussie! Probeer de ontbrekende gegevens van een verhaal zoveel mogelijk aan te vullen. Probeer dit te doen op een eenvoudige, speelse manier zonder gebiedende toon. Zeg bijvoorbeeld bij het ontwaken: "Goedemorgen, ik ben Evelien en het is nu 8 uur, tijd om op te staan."
- Probeer vragen te vermijden zoals 'Wie ben ik?', 'Hoe heet je zoon?'. De dementerende persoon schaamt zich immers wanneer hij het antwoord niet meer weet.
- Je kan ook altijd samen met de dementerende persoon foto's bekijken, uit oude boeken voorlezen. De dementerende persoon herkent daaruit bepaalde zaken en dat stimuleert zijn herinnering.

3. Over de zelfstandigheid van de dementerende persoon.     
We wonen in een klein dorp. Ik wil mijn man zolang mogelijk betrekken in
de dagelijkse routine. Op een bepaald moment trok ik mijn stoute schoenen
aan en ben de winkeliers van de dorpswinkels gaan inlichten over de ziekte
van mijn man. Ik merkte dat de meeste mensen al een tijdje in de gaten
hadden dat er iets was met mijn man. Het heeft me veel moeite gekost, vooral
emotioneel, maar het loont. We spraken het volgende af: iedere morgen bel ik
hen op, vlak voor mijn man vertrekt, met mijn lijstje boodschappen. Zij
kijken dan uit naar zijn komst, geven de bestelling mee en bellen mij terug
op als hij bij hen vertrekt. Ik besef dat dit systeem kan falen maar voor
mij is de zelfstandigheid van mijn man op dit vlak erg belangrijk.

Door zelf actief een dagboek te gebruiken kon ik mijn man van het nut ervan
overtuigen. Nu schrijven we samen of apart boodschappen in over wat we doen
of gedaan hebben. Onlangs was ik even weg en toen ik terug thuis kwam had
hij in ons dagboek geschreven dat hij ging wandelen.
4. Slaapstoornissen en nachtelijke onrust
Oudere mensen hebben over het algemeen minder slaap nodig. Zij slapen lichter en worden tussendoor wel eens wakker.

A. Oorzaken van nachtelijke onrust.

1. Lichamelijke oorzaken
- benauwdheid
- pijn
- koude voeten
- jeuk
- koorts
- hoesten
- dorst en droge mond
- obstipatie en diarree (door darmziekten, infecties, nervositeit, verkeerde voeding, medicijnen of te veel laxeermiddelen (contacteer huisarts)
- incontinentie (door niet ontdekte suikerziekte, prostaat, blaasontsteking, verminderde werking van de sluitspier, het niet voelen van een volle blaas): contacteer de huisarts
- aandrang om naar het toilet te gaan


2. Psychische oorzaken
- depressie en rouw
- angst
- verwarring
- stress

3. Medicijnen en intoxicaties
- rustgevende middelen
- antidepressiva
- middelen tegen epilepsie
- sommige middelen tegen hoge bloeddruk
- pijnstillers
- cortisone
- plaspillen
- cafeïne
- alcohol
- roken

4. Sociale oorzaken
- huisvesting of familieproblemen
- zorgen over financiën
- vereenzamingsproblematiek
- inactief leefpatroon
- verstoord dag-nachtritme

5. Minder goede slaaphygiëne of slaapcomfort.
- geen goed bed of matras
- knellende nachtkledij
- te warm of te koud
- geen rustige kamer
- te veel of te weinig licht
- te veel of te weinig lawaai
- te vochtig of te droog
- slechte voorbereiding op slaap

B. Mogelijke interventies.

* neem de prikkel tot onrust weg
* stimuleer tot activiteit en voldoende beweging overdag (wandeling in de namiddag). Dit is beslist niet het antwoord op alle nachtelijke onrust. Zo kunnen bijvoorbeeld mensen die gedurende langere tijd in ploegendienst hebben gewerkt, die tijd in de dementiefase gaan herbeleven en daardoor in de nacht heel onrustig en actief zijn.
* streef naar een vast dagritme. Ieder mens heeft in zijn leven een soort ritme opgebouwd voor wat betreft het naar bed gaan en het weer opstaan. Was iemand gewend vroeg te gaan slapen en weer vroeg op te staan, probeer dat dan vast te houden. Over het algemeen brengen van buitenaf opgelegde verschuivingen nog meer verwarring in het slaapritme teweeg. Probeer wel enige regelmaat te bewerkstelligen.
* tref gerichte (voorzorgs)-maatregelen
- vermijd stress in de avonduren (tv-lawaai, drukte van bezoek, zware maaltijd)
- waak erover dat de persoon overdag niet teveel slaapt.
- zorg voor structuur en regelmaat
- aandacht voor plassen voor het naar bed gaan
- sommige mensen worden rustig en slaperig door een autoritje
- eventueel een klein nachtlampje
- soms juist extra dikke overgordijnen of luxaflex
- eventueel zachte, rustgevende muziek
- soms helpt een toiletstoel naast het bed of een urinaal voor de mannen
- een dekbed ligt meestal minder overhoop dan lakens en dekens
- soms helpt een hekken aan het bed: biedt veiligheid en herinnert er aan dat men in bed ligt. Soms echter betekent het een bijkomend gevaar omdat men er probeert over te klimmen. Het is en blijft een kwestie van uitproberen.
- warme melk met honing kan ook helpen
* Nachtoppas
* Dagopvang
* Wisselbeurten inschakelen in de familie.

* Aandachtspunten in de communicatie
- blijf vriendelijk in de communicatie
- praat zachtjes en rustig
- wijs de persoon er op een kalme wijze op dat u uw slaap nodig hebt en dat het midden in de nacht is.
- Soms wil iemand die niet naar bed wil wel op een divan of een zetel slapen. Als hij dan ’s nachts opstaat en zich aankleedt, zal hij vaak als u er niet tussen komt weer gaan zitten en in slaap vallen met zijn kleren aan. U kunt dit beter accepteren dan er een groot gedeelte van de nacht ruzie over te maken.
* Veiligheid
- richt de slaapkamer zo in dat de persoon er veilig kan in rondlopen.
- oppassen met tapijtjes.
- sluit de kamer af en vraag u af of hij de kachel kan aanmaken of brand kan stichten terwijl u slaapt. (sigaretten)
- kan hij de buitendeur opendoen en weggaan?
- kan hij van de trap vallen?
* Medicatie
- eventueel tijdelijk slaapmedicatie. Soms echter zorgt dit voor schadelijke bijwerkingen: toenemende verwarring, duizeligheid met gevaar voor vallen, incontinentie,.. Soms wordt het slapen zelf nadelig beïnvloed.
- indien de persoon overdag kalmerende middelen krijgt in verband met zijn gedrag kan hij daar suf van worden. Overleg met huisarts is aangewezen om eventueel de zwaarste dosis ’s avonds te geven.
- geef de slaapmedicatie of kalmerende medicatie niet om 20 uur maar zo laat mogelijk.

Bron: ECD-Vlaanderen (Expertisecentra Dementie Vlaanderen). Tel: 070-224 777. Website: www.ecd-vlaanderen.be.
Onze dank aan ECD-Vlaanderen voor de nuttige informatie.

 


E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

U heeft voor internet het liefste: