Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Autistische stoornis

Autistische stoornis

Inleiding

Autisme heeft een grote invloed op de ontwikkeling van die levensgebieden, waarbij de goede verwerking van informatie door de hersenen, met name uit de sociale omgeving, van belang is. Deze verwerking is namelijk verstoord en treft daardoor de sociaal-emotionele, verstandelijke en spraak/taal ontwikkeling. Ook is de ontwikkeling van de beweging vaak verstoord. Niet alle gebieden van de ontwikkeling worden in gelijke mate getroffen. Hierdoor zijn er niet alleen grote verschillen tussen mensen met autisme, maar kunnen ook per individu de verschijnselen in de loop van de ontwikkeling variëren. Daarom spreekt men tegenwoordig van een spectrum van autistische stoornissen. Hiermee wordt bedoeld dat de eigenlijke stoornis zich op vele manieren kan uiten.
Autisme is een syndroom, dat opgevat moet worden als een ontwikkelingsstoornis, waarvan de kern wordt gevormd door een sociaal tekort, dat zich dat uiting komt in een onvermogen om op een, bij de leeftijd passende wijze, adequaat op mensen te reageren. In het klassiek autisme zoals beschreven door Kanner wordt dit sociaal onvermogen gecombineerd met ernstige taal/spraak problemen en gedragsstoornissen.
Oorspronkelijk dacht men dat een verstandelijke handicap (IQ < 70) onderdeel was van de aandoening, maar tegenwoordig worden ook "hoogfunctionerende" vormen van de aandoening herkend waarin de intelligentie normaal is of zelfs bovengemiddeld, hoewel de meeste literatuur nog steeds beweert dat de meeste autistische mensen ook geestelijk gehandicapt zijn.

Kenmerken

  1. Contactstoornis
    Mensen met autisme hebben moeite met sociaal of persoonlijk contact (autisme wordt om die reden ook wel een contactstoornis genoemd). Ze kunnen niet met de ander omgaan, laat staan vriendschap sluiten. Ze begrijpen niet wat de ander wil en wat van hem of haar verwacht wordt. Iemand met autisme maakt dan ook een sociaal onhandige indruk.
    • Extreme vorm
      Een extreme contactstoornis komt voor bij hele jonge kinderen en kinderen met een ernstige
      verstandelijke handicap. Ze zijn geheel in zichzelf gekeerd, leven in een eigen wereld, maken
      geen oogcontact en zetten zich actief af tegen elke vorm van contact met de hen omringende
      wereld. Als ze een ander nodig hebben gebruiken zij die als een instrument.
    • Passieve vorm
      Sommige stellen zich heel passief op in het contact , nemen geen initiatieven, maar laten
      zich wel in één op één contacten benaderen. Ze maken of weinig oogcontact of kijken de ander
      juist langdurig indringend aan.
    • Actieve vorm
      Sommige zijn actief in contact maken, maar doen dat op een ongepaste, vreemde wijze. Ze
      zijn grenzeloos, kennen geen gepaste afstand, nemen geen blad voor de mond, overdonderen
      de ander met hun verhalen en kunnen de ander erg claimen.
  2. Communicatiestoornis
    Er is sprake van moeilijkheden op het gebied van verbale en non-verbale communicatie. De taalontwikkeling komt vertraagd, nauwelijks of geheel niet op gang, anderen praten wel, maar de manier waarop zij dat doen is opvallend door de woordkeus, de intonatie (te luid en eentonig), het letterlijk herhalen van woorden van anderen (echolalie) of het gebruik van zelfgemaakte woorden (neologismen). Bij sommigen is sprake van opvallend goed taalgebruik, maar ook bij hen ontbreekt een voldoende mate van wederkerigheid in de communicatie: zij houden te weinig rekening met de ander. Het onder woorden brengen van gevoelens lukt niet, gedrag van anderen wordt vaak verkeerd begrepen. Doordat mimiek, gebaren en taal onvoldoende begrepen worden, lukt deelname aan het sociale verkeer niet.
  3. Stoornis in het voorstellingsvermogen
    • Beperkte fantasie
      Deze mensen vatten alles te letterlijk op en hebben een heel beperkt voorstellingsvermogen (fantasie), hetgeen hen erg kwetsbaar maakt. Ze kunnen zich niet voorbereiden op wat gaat komen, de wereld is voor hen erg onveilig. Ze klampen zich vast aan vaste patronen (herhalen van eenzelfde bezigheid).
    • Overontwikkelde fantasie
      Deze mensen laten zich meeslepen in beangstigende voorstellingen en weten soms niet meer
      het onderscheid tussen fantasie en de werkelijkheid. Ook zij proberen houvast te vinden door
      zichzelf te stimuleren met voor hen kenmerken bewegingen (wiegen, tollen of fladderen) of door
      zich te richten op één allesoverheersende activiteit of gedachte.

Stereotiepe gedragingen
Autisten herhalen vaak uitentreuren bepaalde stereotiepe gedragingen zoals wiegen, hoofd schudden en rondjes lopen. Gerard Nijhof, orthopedagoog bij Eemeroord, een inrichting voor mensen met verstandelijke beperkingen in Baarn, promoveerde Nijhof aan de Vrije universiteit Amsterdam op onderzoek naar het herhaalgedrag van 25 bewoners van Eemeroord
Vijfentwintig bewoners van Eemeroord filmde hij elk anderhalf uur lang bij hun dagelijkse bezigheden. Hij bestudeerde hun gedrag in een als ze koffie of thee dronken en als ze een taak verrichtten, zoals stofzuigen en afwassen.
Elk van de autisten vertoonde stereotiep gedrag. Bij sommigen waren er zes verschillende elementen van herhaalgedrag te herkennen, bij anderen wel dertig. Bij het afwassen lieten ze bijvoorbeeld steeds een bordje balanceren voor ze het in het rek zetten; bij het stofzuigen bewogen ze in een patroon van vier keer horizontaal en vier keer verticaal of draaiden ze steeds rondjes. Of ze maakten in de vrije situatie steeds voetbewegingen, geluiden of schudden het hoofd.
Nijhof analyseerde de banden op zoek naar bepaalde patronen in het herhaalgedrag en naar overeenkomsten tussen de verschillende autisten. Er bleek geen grondvorm te zijn die bij alle personen terugkwam, elke autist heeft zijn eigen patroon, meestal een aantal verschillende, met een specifieke betekenis. Iemand die bijvoorbeeld voortdurend met z'n hand draait, kan blijdschap uitdrukken als dat draaien verhevigt. Is hij alleen, dan betekent dat met de hand draaien weer iets anders dan als de autist met groepsleden gezamenlijk thee drinkt.
Nijhof ontdekte ook dat mensen met autisme je wel degelijk aankijken. Niet rechtstreeks, maar via heel snelle blikken, in een zeer hoge frequentie, die alleen opvallen als je de tapes langzaam afspeelt. Dat betekent dat ze waarschijnlijk wel degelijk met de mensen in hun omgeving bezig zijn.
Herhaalgedrag neemt bij de meeste personen met autisme zeer veel tijd in beslag (tot wel 90 procent van het totaal). Bijna driekwart van de tijd blijken ze te besteden aan stereotiep gedrag dat erop gericht is hun omgeving te beheersen en voorspelbaarheid, zekerheid en veiligheid te creëren. Het is net zoals een kat heen en weer loopt en kopjes geeft om zijn eten veilig te stellen. Dat kan uitermate hinderlijk zijn, maar heeft wel een wezenlijke functie in relatie tot de omgeving, aldus Nijhof.
Vanuit de wereld van de autist gezien, is het stereotiepe gedrag uitermate functioneel en een vorm van communicatie.
Dat betekent, aldus Nijhof, dat wil je het gedrag van een autist veranderen omdat dit heel storend is, je er een ander gedrag voor in de plaats moet brengen dat in dezelfde functie voorziet. Nijhof: 'Je moet het gedrag niet verbieden. Een autistische groepsbewoner die de hele tijd hinderlijk op zijn stoelleuning zit te tikken, kun je misschien leren om dat, minder hinderlijk, op de zitting te doen.'
Zijn belangrijkste conclusie is dat de autisten met hun stereotiep gedrag proberen een bepaalde behoefte te bevredigen. Herhaalgedrag heeft voor autisten, die ernstig contactgestoord zijn, dus een functie. Zoals het beheersen van hun omgeving of het creëren van voorspelbaarheid, zekerheid, veiligheid. Ontneem je mensen met autisme die functie, door hun herhaalgedrag te onderdrukken, dan ontneem je hun ook belangrijke mogelijkheden om hun behoeften te vervullen, aldus Nijhof.

Voorkomen
Autisme komt betrekkelijk zelden voor. Alle varianten meegerekend komt men op ongeveer 1 op de 400 mensen uit. Bijna driekwart heeft een verstandelijke handicap. De kans op autisme bij een broertje of zusje van een autistisch kind is twintig maal groter dan in de algemene bevolking.
Wereldwijd komt autisme in alle culturen ongeveer even vaak voor.

Ontstaan verschijnselen
Bij de klassieke vorm van autisme wordt rond het tweede levensjaar al heel duidelijk dat de ontwikkeling ernstig verstoord verloopt. Bij lichtere gevallen kan dit pas duidelijk worden rond het twaalfde jaar.

Oorzaak
Autisme is een (neurobiologische) stoornis die in aanleg aanwezig . De precieze oorzaak is onbekend, wel is bekend dat autisme vaker voorkomt bij kinderen met bepaalde aangeboren hersenaandoeningen of stoornissen vroeg in de zwangerschap.
Ongeveer eenderde van de verstandelijk gehandicapten heeft autistische stoornissen en driekwart van de mensen met autisme of aanverwante stoornissen is ook geestelijk beperkt.

Behandeling
Klik hier voor een beschrijving van de behandeling.

 


E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

U heeft voor internet het liefste: