Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Anorexia Nervosa

Anorexia Nervosa

 

Inleiding

Anorexia nervosa betekent letterlijk gebrekkige of afwezige eetlust van nerveuze aard. Anorexia nervosa patiënten lijden echter niet aan eetlustgebrek, zij onderdrukken juist eetlust en hebben een gestoord eetgedrag vanuit een diepgeworteld verlangen naar mager zijn (magerzucht). Er is een obsessie met alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsomvang, calorieën worden voortdurend geteld, ze piekeren continu over wat ze wel of niet moeten eten. Anorexia nervosa is een gevaarlijke ziekte, het sterftecijfer (vaak door ondervoeding of suïcide) ligt tussen de 5 en 21,5 (!)%

Kenmerken

  1. Angst om dik te worden
    Zelfs bij een te laag lichaamsgewicht bestaat er een sterke angst om dik te worden
  2. Gestoord lichaamsbeeld
    De wijze waarop lichaamsgewicht, maten en vorm worden waargenomen is gestoord. Zelfs in een uitgemergelde toestand voelt de patiënte zich nog dik.
    De Quetelet-index (QI), gedefinieerd als het gewicht in kg gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters, is een eenvoudige en klinisch zeer bruikbare maat om de vetmassa van een bepaald individu te schatten. Voor vrouwen tussen 19 en 24 jaar wordt een QI tussen 19 en 24 als normaal beschouwd. Indien een patiënte denkt dat voor haar een lagere QI normaal is, kan dat meestal opgevat worden als een uiting van een gestoord lichaamsbeeld.
  3. Weigering normaal lichaamsgewicht te handhaven
    Het lichaamsgewicht is vaak meer dan 15% te laag
  4. Amenorroe
    Vaak blijft de menstruatie uit (amenorroe), bij 80% van de vrouwen voorafgaand aan of gelijktijdig met het eerste gewichtsverlies
  5. Hyperactiviteit
    Geregeld een opvallend lichamelijke (en vaak ook intellectuele) hyperactiviteit (zwemmen joggen, aerobics, fietsen, hardlopen et cetera) ondanks de vermagering
  6. Obsessie met eten
    Alles staat in het teken van eten, normale maaltijden worden vermeden, gekozen wordt voor minimaal voedsel met weinig calorieën, eten wordt met rituelen en geheimzinnigheid omgeven, gezamenlijke maaltijden worden vermeden, vaak wordt stiekem iets tussendoor gegeten
  7. Geringe zelfwaardering
    De zelfwaardering is vaak gering, hun zelfdiscipline en weerstand tegen eten lijkt hun enige houvast
  8. Vereenzaming
    Enerzijds isoleert de patiënte (uit schaamte) zich zelfs steeds meer anderzijds is er het onbegrip van de omgeving. Geleidelijk gaat zij zich steeds meer afzonderen en is uiteindelijk alleen nog maar bezig met denken over eten, haar lichaam en vaak met overmatige lichaamsbeweging. Hoewel zij vaak grote moeite doet om zich zo aangepast mogelijk te gedragen, is zij zo door haar ziekte geobsedeerd, dat zij haast niets meer voor andere mensen of zaken kan voelen en komt daardoor al gauw in een sociaal isolement
  9. Vertraagde seksuele ontwikkeling
    Veel adolescenten met anorexia nervosa hebben een vertraagde psychoseksuele ontwikkeling, volwassenen hebben vaak een uitgesproken verminderde interesse in seks

Subtypes

Purgerend gedrag
Purgo betekent zuiveren in het Latijn, purgeren is een synoniem voor laxeren. In deze context wordt purgeren echter gebruikt voor allerlei maatregelen die dienen om vocht en/of eten kwijt te raken. * Braken
Braken wordt meestal opgewekt door een vinger in de keel te steken, maar kan op den duur al "spontaan" optreden. Soms worden giftige stoffen gebruikt om het braken op te wekken zoals: schoonmaakmiddelen, shampoo, acetylsalicylzuur (aspirine) of paracetamol. Sommige patiënten braken meer dan 15 maal per dag. Braken is weinig effectief om gewichtsdaling te bewerkstelligen, ook indien meteen na een vreetbui wordt gebraakt is het meeste voedsel de maag al gepasseerd.

  • Laxeren
    Als methode om af te vallen is het gebruik van laxantia ineffectief: de meeste voeding wordt opgenomen in de dunne darm, terwijl laxantia aangrijpen op de dikke darm.
  • Diuretica (plaspillen)
    Ongeveer eenderde van de patiënten met eetstoornissen heeft wel eens diuretica gebruikt. Chronisch misbruik komt minder voor, waarschijnlijk door de bijwerkingen en het ontbreken van een belangrijk effect op het gewicht.
  • Andere middelen
    Voorbeelden van andere middelen die misbruikt worden zijn "dieetpillen", eetlustremmers en specifiek in Nederland het eten van grote hoeveelheden drop, hetgeen laxerend werkt.

Complicaties

  1. Gynaecologisch
    Na een daling van meer dan 15% van het ideale lichaamgewicht (QI = 22) blijft de menstruatie weg (amenorroe), hetgeen een gevolg is van het onvoldoende functioneren van de ovaria (eierstokken) ten gevolge een disregulatie van de tussenhersenen (hypothalamus). Amenorroe kan echter ook optreden nog voordat van een belangrijk gewichtsverlies is en blijft na het herstel van de eetstoornis bij meer dan 20% van de vrouwen bestaan.
  2. Botstofwisseling
    Bij vrouwen die langdurig niet menstrueren, kan op den duur botafbraak (osteoporose) ontstaan. Hierdoor neemt de kans op botbreuken toe.
  3. Stofwisseling
    Door een dalend gewicht wordt de stofwisseling trager, ademhaling en de hartslag gaan langzamer en de bloeddruk daalt. Als gevolg hiervan voelt men zich vaak moe, duizelig, lusteloos en depressief.
  4. Lichaamstemperatuur
    De lichaamstemperatuur is laag (soms 35oC) omdat er maar weinig eten wordt verbrand, hierdoor hebben de patiënten last van koude, blauwe handen en voeten.
  5. Huid
    Er ontstaat een donsachtige (baby)beharing in het gezicht, op de armen, borst en rug (lanugobeharing), de conditie van de haren verslechtert, de huid wordt droog en schilferig en verslapt en er kan haaruitval optreden.
  6. Oedeem
    Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping (oedeem) in de onderbenen.
  7. Vochtverlies
    Door het braken of misbruik laxantia en / of diuretica gaat er vocht verloren, hetgeen kan leiden tot dehydratatie (onttrekking vocht aan bloedvaten en ruimten er omheen). Gevolgen van dehydratatie zijn aanvankelijk dorst en een droge huid, bij ernstig vochtverlies daalt de bloeddruk. Klachten passend bij een (te) lage bloeddruk zijn: duizelig bij plotseling opstaan, gevoel flauw te vallen, zwak en zweverig voelen.
  8. Elektrolytstoornissen
    Overmatig braken en misbruik laxantia leidt tot verlies van natrium en kalium (elektrolyten). Een matig natriumtekort leidt tot misselijkheid, een ernstig tekort kan leiden tot sufheid en verward gedrag. Een kaliumtekort leidt tot moeheid, slappe spieren en obstipatie, een ernstig kan leiden tot de dood. Braken leidt tot verlies van chloor, waardoor de zuurgraad van het bloed verandert.
  9. Maagdarmkanaal
    Meer dan de helft van de patiënten met eetstoornissen heeft ernstige maagdarmklachten. Vertraagde maagontlediging komt vaak voor, hetgeen een opgeblazen gevoel veroorzaakt.
    Langdurig misbruik van laxantia kan leiden een verstoring van de normale spierwerking van de darmen. Dit kan leiden tot ernstige obstipatie en in het ernstigste geval bewegen de darmen helemaal niet meer. Tevens kan het leiden tot ontstekingen in de darmen, hetgeen buikpijn, misselijkheid en braken kan veroorzaken.
  10. Cardiovasculair (hart- en bloedvaten)
    Cardiale veranderingen treden bij meer dan 80% van patiënten met anorexia nervosa op. Plotselinge hartdood vormt naast suïcide, cachexie (slechte lichamelijke toestand, met verval van krachten, als gevolg van ondervoeding of ziekte) en infectie een voorname doodsoorzaak. Hypotensie (lage bloeddruk; lager dan 90/60) en sinusbradycardie (door de sinusknoop gestuurd hartritme van minder dan 60 slagen per minuut) ontstaan geleidelijk door een fysiologische adaptatie aan de verlaagde stofwisseling en behoeven geen behandeling. ECG-afwijkingen (onder andere een verlenging van het zogenaamde QT-interval), al dan niet veroorzaakt door elektrolytstoornissen, komen frequent voor. Het risico van cardiale complicatie is verhoogd gedurende de eerste twee weken van hervoeden.
  11. Hematologisch (bloed)
    Hematologisch van belang is een pancytopenie (vermindering van alle soorten cellen in het bloed), waarvan de oorzaak onbekend is. Leukopenie (vermindering witte bloedcellen) komt ongeveer bij tweederde van de patiënten voor.

Epidemiologie

  • Incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar)
    In Nederland is door het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL) onderzoek verricht naar de incidentie van eetstoornissen in de huisartsenpraktijk. De incidentie van anorexia nervosa wordt geschat op 8 bij 100.000 huisartsenpatiënten per jaar.
  • Leeftijd
    Anorexia nervosa komt voor tussen de 10 en 30 jaar, vanaf 13 jaar is er een sterke stijging van het aantal gevallen, met een piek tussen de 17 en 18 jaar. Bij circa 85% is de ziekte tussen dertien en twintig jaar begonnen.
  • Sekse
    In meer dan 90% van de gevallen gaat het om meisjes of vrouwen. Toegespitst op de categorie van meisjes tussen de 10 en 18 jaar mag voorzichtig geschat worden dat 1 op 100 een duidelijk beeld van anorexia nervosa vertoont. Wanneer men de criteria wat minder strikt maakt, blijken eetstoornissen in ongeveer 5% van de vrouwelijke adolescenten voor te komen.
  • Socio-economische status
    Opvallend is dat de vrouwen met anorexia over het algemeen een hogere opleiding volgen dan leeftijdsgenoten zonder anorexia. Vroeger kwam anorexia voornamelijk in de hogere sociaal economische klasse voor, de laatste tijd verandert dit.
  • Cultuur
    Anorexia nervosa is een typische westers verschijnsel; het komt vrijwel uitsluitend voor welvaartslanden.

Oorzaken

Algemeen
Over de oorzaken is maar weinig bekend. Vaak wordt gezocht naar één verklaring, maar er is eerder sprake van verschillende invloeden van psychologische, sociaal-culturele en biologische aard, die met elkaar in wisselwerking staan en die wisselen van persoon tot persoon. Een aantal van die factoren die van belang zijn worden hieronder genoemd.
  • Genetische factoren
    De kans op anorexia in de bevolking is 1 op de 200 maar heeft iemand in je naaste familie het, dan stijgt die kans naar 1 op de 30. Krijgt iemand van een eeneiige tweeling anorexia, dan heeft de ander vijftig procent kans om het ook te krijgen. Dat wijst op een genetische invloed.
    Het AgRP gen bevat de code voor een neuropeptide dat werkzaam is in de hersenen en daar de eetlust stimuleert. Teveel AgRP zorgt voor vreet- en vetzucht. Te weinig AgRP zou wel eens tot vermagerzucht kunnen leiden. Recent onderzoek door het UMC (zie persberichten) vond bij 16 van 145 onderzochte patiënten met anorexia nervosa (11%), een afwijkende AgRP gen aan.
  • Biologische factoren
    Disregulatie van serotonerge en dopaminerge systemen wordt zowel bij anorexia nervosa als bij boulimia nervosa gevonden en draagt waarschijnlijk tot het ontstaan van de eetstoornis. Mogelijk ontstaat echter ook secundair een verstoring van het serotonerge systeem door verminderde inname van tryptofaan, een precursor van serotonine (stof waaruit serotonine opgebouwd wordt).
  • Predisponerende factoren (factoren die van belang zijn bij het ontwikkelen) * onvermogen situaties reëel te beoordelen en eigen keuzes te maken
    • gevoelens van waardeloosheid
    • angst controle over zichzelf te verliezen
    • gezin of sociaal klimaat waarin men de eigen persoonlijkheid moeilijk kan ontwikkelen
    • gezin of sociaal klimaat waar tegenstrijdige eisen aan de rol van de persoon worden gesteld
    • gezin of sociaal klimaat waarin slank zijn als erg belangrijk wordt gezien
    • Initiërende factoren (factoren die van belang zijn bij het beginnen) * een ingrijpende gebeurtenis (bijvoorbeeld start opleiding, baan, relatie) stelt plotseling nieuwe eisen waaraan maar moeilijk kan worden voldaan door onder andere moeite met zelfstandig handelen en sterke gevoelens van waardeloosheid
    • enkele kilo's afvallen leidt tot waardering en soms bewondering van de omgeving, voor een meisje dat sterk twijfelt aan haar eigen functioneren en die het sterk afhankelijk is van het oordeel van anderen, kan dit betekenen dat zij terecht komt in een negatieve spiraal van hongeren en mager zijn om verzekerd te zijn van waardering
  • Psychologische factoren
    Hoewel een aantal psychische kenmerken, zoals faalangst, bij veel eetstoornissen voorkomt, zijn er geen algemeen oorzakelijke psychologische factoren bekend. Sociaal-culturele theorieën benadrukken het belang van het slankheidsideaal in de westerse landen. De in onze maatschappij geldende norm "mager is mooi" zou kwetsbare personen (met name meisjes) ertoe aanzetten om te streven naar een lager dan hun fysiologisch gezond gewicht.
Behandeling
Resultaten van therapie blijken sterk samen te hangen met de kwaliteit van de therapeutische relatie. Het tot stand brengen van de noodzakelijke vertrouwensrelatie blijkt in de praktijk erg moeilijk te zijn. Anorexia nervosa patiënten hebben vaak in vroegere relaties gevoelens van incompetentie ervaren en zijn daarom bang voor elke nauwe interpersoonlijke relatie. Bovendien zijn ze bang dat de door de anorexia verworven identiteit, hen wordt afgenomen. Bij toename van het gewicht zal de angst toenemen.
Het belangrijk doel bij de behandeling van anorexia nervosa is het normaliseren van het eetpatroon en het bevorderen van het gewichtsherstel. Eventuele lichamelijke complicaties dienen behandeld te worden. Een richtlijn voor het normaliseren van het eetpatroon is een gemiddelde gewichtstoename van 500 gram (ambulant) tot 1 kilogram (klinisch) per week.
Therapie kan, afhankelijk van de ernst, klinisch (in een in eetstoornissen gespecialiseerde kliniek) of poliklinisch geschieden. Belangrijke thema's in psychotherapie zijn: autonomie en macht, individuatie en separatie, identiteit, lichamelijk en seksueel geweld.
Er zijn geen aanwijzingen dat medicijnen bij anorexia nervosa effectief zijn.
De door het Ministerie van VWS ingestelde Stuurgroep Eetstoornissen Nederland (SEN) heeft een eindrapport uitgebracht in 1998. Het rapport geeft een helder overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de gespecialiseerde zorg voor patiënten met een eetstoornis in Nederland.

Verloop
Uit een analyse van een aantal onderzoeken, waar patiënten gedurende minimaal twaalf jaar zijn gevolgd (follow-uponderzoeken) bleek dat bij ongeveer 70% verbetering was opgetreden (waarvan 30%, met name jonge patiënten waren genezen) en 30% bleef chronisch ziek.
Anorexia nervosa is een gevaarlijke ziekte, het sterftecijfer (vaak door ondervoeding of suïcide) ligt tussen de 5 en 21,5 (!)%

 


E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

Hoe vaak zoekt u op het internet naar regionaal nieuws?