Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Alzheimer

De ziekte van Alzheimer

Inhoud:

Hier ziet u twee handen en een stock, dit ter illustratie dat mensen met Alzheimer steeds minder en minder kunnen.
Tussen de 50 en 70 procent van alle dementerenden lijdt aan de ziekte van Alzheimer, een degeneratieve ziekte die langzaam en geleidelijk hersencellen vernietigt. De ziekte is genoemd naar Aloő s Alzheimer, een Duitse neuroloog, die in 1907 voor het eerst de symptomen en de neuropathologische verschijnselen beschreef van deze ziekte, zoals plaques en tangles kluwens van eiwitten in de hersenen. De ziekte tast het geheugen en het mentale functioneren aan (bijvoorbeeld denken en praten), maar kan ook leiden tot andere problemen, zoals verwardheid, stemmingswisselingen, desoriŽntatie in tijd en ruimte.
Aanvankelijk zijn de symptomen zoals problemen met het geheugen en verlies aan intellectuele vaardigheden zo vaag dat ze onopgemerkt blijven, zowel bij de persoon zelf als bij zijn/haar familie en vrienden. Als de ziekte voortschrijdt, worden de symptomen meer en meer zichtbaar en beïnvloeden ze routinewerk en sociale activiteiten. Praktische problemen met dagelijkse bezigheden zoals aankleden, wassen en naar het toilet gaan worden geleidelijk zo ernstig dat de persoon na verloop van tijd volledig afhankelijk wordt van anderen. De ziekte van Alzheimer is niet besmettelijk. Het is een terminale ziekte die een algemene gezondheidsverslechtering veroorzaakt. De meest voorkomende doodsoorzaak van AlzheimerpatiŽnten is echter longontsteking, omdat het immuunsysteem verslechtert naarmate de ziekte voortschrijdt. Ook verliest de patiŽnt gewicht, wat de kans op keel- en longinfecties doet toenemen.
Vroeger werd de term ziekte van Alzheimer gebruikt om te verwijzen naar preseniele dementie als tegenovergestelde van seniele dementie. Men weet nu meer over de ziekte: de ziekte komt voor bij mensen onder en boven de 65. Als gevolg daarvan wordt met de term ziekte van Alzheimer nu vaak verwezen naar preseniele of seniele dementie van het Alzheimer-type, afhankelijk van de leeftijd van de persoon in kwestie.
Op basis van vergelijkingen van grote groepen mensen met de ziekte van Alzheimer met anderen die niet door de ziekte zijn getroffen, suggereren onderzoekers dat er een aantal risicofactoren is. Dat betekent dat sommige mensen meer kans lopen de ziekte te krijgen dan anderen. Het is echter onwaarschijnlijk dat de ziekte is te traceren tot ťťn oorzaak. Het is waarschijnlijker dat een combinatie van factoren leidt tot de ontwikkeling van de ziekte, waarbij de invloed van bepaalde factoren van persoon tot persoon verschilt.

Leeftijd

Ongeveer ťťn op de twintig personen boven de 65 lijdt aan de ziekte van Alzheimer en minder dan ťťn op de duizend onder de 65. Hoewel mensen meestal wat vergeetachtiger worden naarmate ze ouder worden, blijft een groot aantal mensen boven de tachtig mentaal heel helder. Dit betekent dat de kans op de ziekte van Alzheimer toeneemt naarmate je ouder wordt, maar dat ouderdom op zich niet de ziekte van Alzheimer veroorzaakt.
Niettemin is onlangs verondersteld dat leeftijdsgerelateerde kwalen, zoals arterosclerose, een belangrijke bijdragende factor aan de ziekte kan zijn. Doordat mensen nu langer leven dan vroeger, zal het aantal mensen met de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie waarschijnlijk toenemen.

Sekse

Bepaalde studies hebben gesuggereerd dat meer vrouwen dan mannen worden getroffen door de ziekte. Dit kan misleidend zijn, omdat vrouwen in het algemeen langer leven dan mannen. Dit betekent dat wanneer mannen even lang zouden leven als vrouwen en niet aan een andere ziekte zouden overlijden, er evenveel mannen als vrouwen met de ziekte van Alzheimer zouden zijn.

Genetische factoren / erfelijkheid

In een heel klein aantal gevallen is de ziekte van Alzheimer dominant erfelijk. Leden van een familie erven van ťťn van hun ouders het deel van het DNA (de genetische opmaak) dat de ziekte veroorzaakt. Gemiddeld zal de ziekte zich ontwikkelen bij de helft van het aantal kinderen van de getroffen ouder. Leden van zulke families bij wie zich de ziekte van Alzheimer openbaart zijn meestal relatief jong, tussen de 35 en 65 jaar. De ziekte begint in een familie meestal op ongeveer dezelfde leeftijd.
Er is een verband tussen chromosoom 21 en de ziekte van Alzheimer ontdekt. Omdat het syndroom van Down een afwijking van chromosoom 21 is, ontwikkelt zich bij veel mensen met het syndroom van Down de ziekte van Alzheimer als ze de middelbare leeftijd bereiken, hoewel ze misschien niet alle symptomen ervan vertonen.

Hersenletsel

Het is aannemelijk dat iemand die hersenletsel heeft opgelopen een groter risico loopt dat de ziekte van Alzheimer zich bij hem/haar zal ontwikkelen. Het risico is nog groter wanneer de persoon ouder is dan 50 als het letsel ontstaat en als zij/hij een specifiek gen (ApoE4) op chromosoom 19 heeft en bovendien het bewustzijn verloor kort na het ongeval.

Andere factoren

Er kan niet geconcludeerd worden dat een bepaalde groep mensen waarschijnlijk wel de ziekte van Alzheimer zal krijgen. Ras, beroep, geografische en sociaal-economische factoren vormen geen indicatie voor de ziekte.
Er is echter wel steeds meer bewijs voor de veronderstelling dat hoogopgeleiden minder risico lopen dan lager opgeleiden.
De ziekte van Alzheimer is meestal niet erfelijk. Het wordt niet veroorzaakt door genen die personen van hun ouders krijgen. Zelfs als bij meerdere personen uit een familie de ziekte van Alzheimer is opgetreden, wil dit nog niet zeggen dat een ander familielid de ziekte ook noodzakelijkerwijs zal krijgen, omdat de meeste gevallen van de ziekte van Alzheimer niet erfelijk zijn. Doordat de ziekte op latere leeftijd vrij algemeen voorkomt, is het niet ongebruikelijk dat twee of meer leden van een familie de ziekte van Alzheimer hebben.
Of er nu wel of geen familieleden met de ziekte van Alzheimer zijn, ieder loopt het risico de ziekte te krijgen. Het is echter bekend dat er een gen is dat dit risico kan beő nvloeden. Dit gen is gevonden op chromosoom 19 en het is verantwoordelijk voor de productie van het eiwit apoliproteő ne E (ApoE). Er zijn drie hoofdtypes van dit eiwit. Eťn daarvan, ApoE4, maakt, hoewel hij niet vaak voorkomt, de kans op de ziekte van Alzheimer groter maakt. Het veroorzaakt de ziekte niet zelf, maar het vergroot de waarschijnlijkheid. Een persoon van 50 zou bijvoorbeeld een kans van twee op duizend hebben in plaats van ťťn op duizend om de ziekte van Alzheimer te krijgen, maar het kan ook zijn dat hij de ziekte niet krijgt. De helft van de mensen met de ziekte van Alzheimer heeft ApoE4 en niet iedereen met ApoE4 krijgt de ziekte van Alzheimer.
Het is mensen niet aan te raden hun tijd en geld te verspillen aan testen. Er is geen manier om te voorspellen of een bepaald persoon de ziekte van Alzheimer zal krijgen of niet. Men kan zich op ApoE4 laten testen, maar ook deze test kan niet voorspellen of je wel of niet de ziekte van Alzheimer zult krijgen. Het voorspelt voornamelijk dat de persoon een groter risico heeft. Er zijn mensen met het ApoE4-gen die oud zijn geworden zonder de ziekte van Alzheimer, maar er zijn ook mensen zonder dit gen die wel de ziekte van Alzheimer krijgen. Daarom hebben deze tests het risico dat ze mensen onterecht waarschuwen of geruststellen. Alleen in zeldzame gevallen kan de ziekte van Alzheimer een dominante genetische afwijking zijn. Familieleden kunnen zich in dat geval wel laten testen. Deze test moet worden voorafgegaan, begeleid en gevolgd door uitgebreide voorlichting.

Diagnose van de ziekte van Alzheimer

Hoe wordt de ziekte van Alzheimer gediagnosticeerd?

 

De ziekte van Alzheimer is een vorm van dementie, maar het wordt niet noodzakelijkerwijs veroorzaakt door dezelfde factoren die andere vormen van dementie veroorzaken. Ondanks een groot aantal onderzoeken is de echte oorzaak van de ziekte nog steeds onbekend. Er is geen test die kan vaststellen of iemand de ziekte van Alzheimer heeft. Het wordt gediagnosticeerd door uitsluiting en door het zorgvuldig onderzoeken van het lichamelijk en geestelijk functioneren van een persoon.

Lichamelijk en geestelijk functioneren
Een verzorger of familielid kan gevraagd worden informatie te geven over het gedrag van een persoon, bijvoorbeeld betreffende aankleden, wassen, financiŽle zaken, afspraken nakomen, zelfstandig reizen, werken en het gebruik van huishoudelijke apparaten. Een neuropsychologisch onderzoek wordt meestal uitgevoerd. Dit houdt in dat wordt nagegaan wat mogelijke problemen zijn met geheugen, taal, planning en aandacht. Vaak wordt een eenvoudige test gebruikt: de Mini-Mental State Examination. Wat is de datum van vandaag? In welke plaats zijn we? Hoe heet dit? (horloge wordt getoond) Een ander deel van de test is het opvolgen van eenvoudige instructies. Een aantal tests kan worden uitgevoerd om te kijken of er een ziekte aanwezig is die het dementiesyndroom verklaart of de aanwezige ziekte van Alzheimer verergert (bijv. door middel van bloed- en urinemonsters). Bovendien zijn er methoden van hersenonderzoek ontwikkeld die beelden van levende hersenen kunnen maken, waarbij mogelijk verschillen kunnen worden ontdekt tussen hersenen van mensen met en zonder de ziekte van Alzheimer. Deze test houdt een risico- en pijnloos onderzoek in van de hersenen van levende personen.

Methoden van hersenonderzoek

Magnetic Resonance imaging
Dit laat een uiterst gedetailleerde foto van de hersenstructuur zien. Wanneer de ene foto wordt geplaatst over een andere die een paar maanden later is gemaakt, dan is het mogelijk in een vroeg stadium veranderingen te zien in een deel van de hersenen.

CT (Computed Tomography) Scanning
Dit meet de dikte van een deel van de hersenen dat snel dunner wordt bij mensen met de ziekte van Alzheimer.

SPECT (Single Photon Emission Computed Tomography)
Dit kan worden gebruikt om de bloedstroming te meten in de hersenen. Bij AlzheimerpatiŽnten is dit minder omdat zenuwcellen niet goed meer werken.

PET (Position Emission Tomography)
Het gebruik van deze scantechniek is vaak beperkt tot het onderzoeken van achtergronden. Het kan veranderingen van de hersenfuncties opsporen bij mensen met de ziekte van Alzheimer. Het kan bijvoorbeeld abnormale patronen vaststellen van glucoseverbruik door de hersenen.

 

Wat zijn de verschillende soorten diagnose?

Er zijn drie mogelijkheden voor diagnose van de ziekte van Alzheimer: mogelijk, waarschijnlijk en zeker de ziekte van Alzheimer.

Mogelijk de ziekte van Alzheimer
De diagnose mogelijk de ziekte van Alzheimer is gebaseerd op de observatie van klinische symptomen en de verslechtering van twee of meer cognitieve functies (taal, geheugen, denken) wanneer een andere ziekte aanwezig is die niet de oorzaak van de ziekte van Alzheimer is, maar die de diagnose van de ziekte van Alzheimer wel minder zeker maakt.

Waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer
De diagnose wordt geclassificeerd als waarschijnlijk op basis van dezelfde criteria die worden gebruikt bij de diagnose mogelijk de ziekte van Alzheimer, maar nu zonder een tweede ziekte.

Zeker de ziekte van Alzheimer
Identificatie van karakteristieke plaques en tangles in de hersenen is de enige manier om met zekerheid te kunnen vaststellen dat het om de ziekte van Alzheimer gaat. Om deze reden kan deze manier van diagnosticeren alleen worden gedaan door middel van een hersenbiopsie, of nadat obductie is uitgevoerd.

 

Moeten mensen worden geinformeerd over hun diagnose?

Tegenwoordig worden meer en meer mensen met de ziekte van Alzheimer geő nformeerd over de diagnose. Dit komt misschien door een grotere bekendheid van de ziekte. Sommige mensen willen niet geő nformeerd worden. Iedereen moet echter het recht en de gelegenheid hebben om te beslissen of ze het willen weten of dat ze er afstand van doen. Er zijn voors en tegens wat betreft het informeren van mensen over hun ziekte. Maar als de beslissing om iemand te informeren eenmaal genomen is, kan het probleem ontstaan hoe je de persoon moet informeren.

Voors en tegens van het informeren van een persoon
In veel gevallen is de diagnose het resultaat van de bevindingen van familieleden van de persoon in kwestie. Meestal is de persoon zelf zich niet bewust van het probleem of wil het althans niet toegeven. Hij of zij is daarom ook niet geő nteresseerd in de diagnose. Sommige personen kunnen zich depressief voelen als ze het weten, of denken dat ze veel gelukkiger zouden zijn wanneer ze het niet wisten. Er zijn echter voordelen aan het wel weten. Als mensen weten dat ze de ziekte van Alzheimer hebben en ook begrijpen wat dat betekent, dan kunnen ze plannen maken voor de invulling van de jaren dat ze nog redelijk ongeschonden zijn. Ze kunnen ook actief zijn in het plannen van hun verzorging, het vaststellen wie de zorg op zich zal nemen, belangrijke financiŽle beslissingen nemen en zelf besluiten deel te nemen aan onderzoek of de noodzakelijke stappen nemen om hersenweefsel af te staan voor onderzoek, na hun dood.

 

Hoe informeer je iemand over de diagnose
Familie en vrienden vinden het vaak moeilijk hoe ze het onderwerp moeten benaderen. Sommige mensen zouden het graag in een gesprek onder vier ogen horen, anderen horen de bevestiging liever in bijzijn van hun familie, die morele en emotionele steun kan geven.

Een andere mogelijkheid is het de huisarts laten vertellen. Het kan helpen om naar de huisarts toe te gaan, samen of alleen. De arts kan dan alle vragen van de verzorger en/of de patiŽnt beantwoorden. De manier waarop de diagnose wordt gebracht hangt af van wat de persoon kan begrijpen. Sommige mensen begrijpen een uitleg over wat hun ziekte is, hoe het zich meestal ontwikkelt en wat de consequenties voor het dagelijks leven zijn, anderen pikken misschien alleen maar op dat ze een ziekte hebben die tot geheugenverlies leidt. Eenmaal geő nformeerd kunnen de patiŽnten steun nodig hebben. Ze moeten leren omgaan met gevoelens van woede, zelfverwijt, angst en depressie. Sommigen kunnen gebruik maken van begeleiding en ondersteuningsgroepen, tenminste, als de ziekte niet te ver gevorderd is.

 

Is er een behandeling voor de ziekte van Alzheimer?


Tot nu toe is er geen preventieve of genezende behandeling voor de ziekte van Alzheimer. Er bestaan medicijnen die het optreden van bepaalde symptomen verminderen, zoals onrust, bezorgdheid, depressies, hallucinaties, verwardheid en slapeloosheid. Helaas werken deze medicijnen maar bij een beperkt aantal patiŽnten en dan alleen maar voor een korte periode. Bovendien kunnen er veel bijwerkingen optreden. Daarom wordt meestal aangeraden af te zien van medicijnen, tenzij het echt noodzakelijk is.

Het is gebleken dat AlzheimerpatiŽnten een verlaagd niveau van acetylcholine hebben, een neurotransmitter (chemische substantie die boodschappen overbrengt van de ene cel naar de andere) die een rol speelt in geheugenprocessen. In een aantal landen zijn bepaalde medicijnen geő ntroduceerd die het enzym remmen dat acetylcholine vernietigt. Bij sommige patiŽnten werkt dit medicijn positief op het geheugen en het concentratievermogen. Ook zouden de medicijnen het optreden van de symptomen tijdelijk vertragen. Maar er zijn geen aanwijzingen dat ze het proces van celbeschadiging stoppen of omkeren. Zulke medicijnen behandelen dus de symptomen, maar genezen niet. Omdat Europese landen een wijd uiteenlopende wetgeving hebben, raden wij u in alle gevallen aan uw specialist te raadplegen.

De voornaamste karakteristieken van de ziekte van Alzheimer

Geheugenverlies

Geheugenverlies kan op vele manieren gevolgen hebben in het dagelijks leven, wat leidt tot communicatieproblemen, kans op ongelukken en gedragsproblemen. Om te begrijpen hoe het geheugen wordt geraakt door dementie, is het handig de verschillende soorten geheugen op een rijtje te zetten.

Episodisch geheugen

Dit is het geheugen dat mensen hebben voor gebeurtenissen in hun leven, variŽrend van heel wereldse tot strikt persoonlijke. Het episodisch geheugen kan worden gesplitst in het korte termijn geheugen (wat het afgelopen uur is gebeurd) en het lange termijn geheugen (wat meer dan een uur geleden is gebeurd). Mensen met de ziekte van Alzheimer hebben in het beginstadium van hun ziekte niet zozeer moeite met het herinneren van zaken die lang geleden zijn gebeurd, maar kunnen bijvoorbeeld wel vergeten wat ze vijf minuten geleden hebben gedaan. Herinneringen aan vroegere gebeurtenissen lijken, hoewel ze weinig raakvlak hebben, huidige activiteiten te belemmeren. Hierdoor kan het zijn dat mensen uit gewoonte handelingen verrichten die nu niet meer relevant zijn.

Semantisch geheugen

Dit beslaat het geheugen van wat een woord betekent, bijvoorbeeld bloem of hond. Anders dan bij het episodisch geheugen, is het niet persoonlijk, maar vrij algemeen bij iedereen die dezelfde taal spreekt. Het is het gemeenschappelijke begrip van wat een woord betekent, wat mensen in staat stelt met elkaar te kunnen communiceren. Het semantisch en episodisch geheugen zitten niet op dezelfde plaats in de hersenen. Daarom kan het ene wel en het andere niet getroffen zijn.

Procedureel geheugen

Dit is het geheugen van hoe je fysiek en mentaal acties moet ondernemen, bijvoorbeeld hoe je met mes en vork gebruikt of hoe je schaak speelt. Het verlies van het procedureel geheugen kan resulteren in moeilijkheden met routinezaken, zoals aankleden, wassen en koken. Dit geldt ook voor zaken die een automatisme zijn geworden. Om deze reden kunnen mensen die bepaalde woorden niet meer kennen soms nog wel aardig kunnen zingen. Hun procedurele geheugen is nog intact, maar het semantisch geheugen (de betekenis van woorden) is beschadigd.

Het syndroom van apraxie, afasie en agnosie

      Apraxie

      Is de term die gebruikt wordt het onvermogen complexe handelingen uit te voeren, hoewel spierkracht, gevoel en coŲrdinatie nog wel intact zijn. Dit zou kunnen betekenen dat iemand geen schoenveters meer kan strikken, geen kraan meer kan opendraaien, geen knopen meer vast kan maken of de radio niet meer aan kan zetten.

      Afasie

      Is de term voor de moeite met of het verlies van de mogelijkheid om te spreken of om gesproken, geschreven of gebarentaal te begrijpen, als gevolg van een beschadiging van dat deel van de hersenen. Dit kan zich op verschillende manieren uiten. Het kan zijn dat de persoon een ander woord gebruikt dat er qua betekenis wel mee te maken heeft (bijvoorbeeld tijd i.p.v. klok), of dat hij/zij een verkeerd woord gebruikt dat wel hetzelfde klinkt (boot i.p.v. poot) of dat hij een heel ander woord gebruikt, zonder enig verband. Wanneer dit gepaard gaat met echolalie (onwillekeurige herhaling van een woord of zin van een andere persoon) of constante herhaling van een woord of zin, kan dit als gevolg hebben dat de spraak moeilijk te volgen is of dat het een soort jargon wordt.

      Agnosie

      Is de term die wordt gebruikt voor het onvermogen dingen te herkennen en ook niet weten waarvoor ze worden gebruikt. Iemand met agnosie kan bijv. een vork gebruiken in plaats van een lepel, een schoen in plaats van een kopje of een mes in plaats van een pen enz. Ook kan het betekenen dat hij/zij mensen niet meer herkent, wat niet te wijten is aan geheugenverlies, maar aan de hersenen die de identiteit van de persoon niet meer kunnen vaststellen op basis van informatie die via de ogen de hersenen bereikt.

    Comunicatie
    Mensen met de ziekte van Alzheimer hebben moeite met het gebruiken en begrijpen van taal, wat ook weer leidt tot andere problemen. Veel patiŽnten kunnen niet meer lezen of tekens interpreteren.

    Persoonlijkheidsverandering
    Het karakter van mensen met de ziekte van Alzheimer kan volledig veranderen. Iemand die altijd heel rustig, beleefd en vriendelijk was, kan nu heel agressief en slechtgemanierd doen. Plotselinge en frequente stemmingswisselingen zijn vrij algemeen.

    Gedrag
    Een algemeen symptoom van de ziekte van Alzheimer is dwalen, zowel ‘s nachts als overdag. Er is een aantal redenen voor dit dwalen te bedenken, maar door de communicatieproblemen is het vaak moeilijk uit te zoeken wat het nou precies is. Andere symptomen die gedrag beő nvloeden zijn incontinentie, agressief gedrag en desoriŽntatie in ruimte en tijd.

    Fysieke veranderingen
    Gewichtsverlies kan optreden, zelfs wanneer de persoon normale hoeveelheden blijft eten. Het kan komen doordat de persoon vergeet te kauwen of niet meer weet hoe hij moet slikken, vooral in een later stadium van de ziekte. Een ander gevolg van de ziekte van Alzheimer is dat spieren verslappen en als de patiŽnt eenmaal bedlegerig is, kan hij/zij gaan doorliggen. Naarmate mensen ouder worden, wordt de kans op infecties groter. Als gevolg van deze grotere vatbaarheid overlijden veel mensen met de ziekte van Alzheimer aan longontsteking.

     

Een brede uiteenzetting van de hoofdverschijnselen van de drie stadia in het dementeringsproces

Mensen met de ziekte van Alzheimer hebben niet allemaal dezelfde symptomen op dezelfde tijd en in dezelfde mate. Toch is er een algemeen patroon in de voortgang van de ziekte, wat het mogelijk maakt drie stadia te beschrijven. De hiernavolgende beschrijving van de drie stadia (niet uitputtend) kan verzorgers helpen te weten te komen wat hen zo ongeveer te wachten staat, zodat zij zich lichamelijk en psychisch kunnen voorbereiden.

Stadium 1

Het eerste stadium wordt meestal gekenmerkt door algemene geheugenproblemen zoals het vergeten van namen en telefoonnummers, maar omdat dit niet zo erg is, vallen ze mogelijk helemaal niet op. De persoon die het betreft zal misschien proberen te voorkomen dat anderen het merken door schaamte of bezorgdheid. Vrienden en familie zullen er misschien niet zoveel aandacht aan schenken, mogelijk omdat ze denken dat vergeetachtigheid nu eenmaal bij ouderdom hoort. Geheugenproblemen bij jongere AlzheimerpatiŽnten blijven waarschijnlijk minder onopgemerkt, zeker als zij een functie bekleden waarin het geheugen belangrijk is.

Het probleem verergert door bijkomende aandachtstoornissen. De combinatie van deze twee problemen kan leiden tot problemen met het volbrengen van kleine taakjes met alle gevolgen van dien en met het vasthouden van de draad van het verhaal, wat in een werksituatie vast niet lang onopgemerkt zal blijven. Ook zal de persoon zelf merken dat hij naar woorden zoekt. Hoewel dat de communicatie niet direct in de weg zal staan, zal hij/zij geneigd zijn simpeler woorden en kortere zinnen te gebruiken.

OriŽntatie in tijd is nog niet echt aangetast in deze fase, maar er zijn vaak wel tekenen van desoriŽntatie in ruimte (ronddwalen en zelfs verdwalen in een bekende omgeving, zoals thuis). Veel patiŽnten ontwikkelen een vreemde smaak (bijv. voor kleren) en sommigen krijgen een voorkeur voor levendige kleuren. Anderen kunnen ineens minder spontaan en actief worden en een staren ontwikkelen met naar voren gerichte blik en met een duidelijk onvermogen de positie van de ogen te veranderen.

Tot slot beginnen patiŽnten moeite te krijgen met abstract denken. Geld bijvoorbeeld, verliest zijn symbolische waarde met als gevolg dat mensen meer dan een keer voor hetzelfde artikel of dezelfde dienst betalen. Ze vinden het moeilijk geometrische symbolen te associŽren met echte objecten. Ze kunnen bijvoorbeeld geen kubus natekenen omdat het te abstract is.

Bovenstaande problemen kunnen in meerdere of mindere mate aanwezig zijn, afhankelijk van een aantal factoren, zoals werk, familie, manier van leven en persoonlijkheid. Dit stadium kan extreme stress opleveren voor de patiŽnt, omdat hij/zij zich volledig bewust is van wat er aan de hand is.

Stadium 2

In het tweede stadium wordt de ernst van de symptomen over het algemeen zo groot dat de patiŽnt moet stoppen met werken en autorijden. Daardoor wordt hij/zij meer afhankelijk van anderen. Geheugenproblemen worden duidelijker met het ophalen van recente gebeurtenissen en zaken van langer geleden, hoewel het geheugen voor de laatste meestal het langst intact blijft. Een gevolg hiervan is dat mensen bij het zien van hun kleinkinderen ineens denken aan kennissen die overleden zijn, wat verwarrend kan zijn voor anderen die denken dat ze geen onderscheid kunnen maken tussen dood en levend. Geheugenverlies kan er ook toe leiden dat patiŽnten denken dat ze iemand in geen tijden hebben gezien, terwijl hij/zij net weg is. Ook hebben patiŽnten vaak moeite met het herkennen van hun eigen familie, doordat ze geen verband meer kunnen leggen tussen gezicht en naam.

Het wordt moeilijker om stimuli (gevoel, smaak, gezicht en gehoor) te interpreteren. Dit heeft zijn weerslag op het dagelijks leven in de vorm van verlies van eetlust, niet meer kunnen lezen en visuele en auditieve hallucinaties. Slapeloosheid kan een probleem zijn als het verschil tussen dag en nacht niet meer belangrijk is voor de patiŽnt. PatiŽnten slapen vaak meer overdag en minder ‘s nachts. Het besef van tijd en ruimte is aangetast.

Dagelijkse handelingen als wassen en aankleden worden onmogelijk om zelf te doen door geheugenverlies, verwarring en moeite om voorwerpen te hanteren. Bewegingen worden minder nauwkeurig en minder gecoŲrdineerd.

PatiŽnten worden minder vast ter been en kunnen ongelukken krijgen doordat ze dingen dubbel zien. Incontinentie kan optreden door geheugenverlies, door communicatieproblemen en praktische problemen of als gevolg van een hersenbeschadiging waardoor aandrang niet meer geregistreerd of herkend wordt. PatiŽnten hebben vaak last van plotselinge en vaak optredende stemmingswisselingen. Ze lijken erg egocentrisch te zijn en weigeren hulp. Ze kunnen onrustig zijn, agressief of de hele dag de kamer op en neer lopen.

Taalproblemen worden duidelijker, inclusief het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Ook krijgen ze meer moeite met lezen en schrijven. Het is in dit stadium niet ongebruikelijk dat patiŽnten constant dezelfde woorden of zinnen herhalen.

Stadium 3

In het derde stadium is er sprake van ernstige dementie. Cognitieve functies zijn bijna helemaal weg. De patiŽnt verliest het vermogen taal te begrijpen en te gebruiken en kan bijvoorbeeld het eind van een zin herhalen, zonder dat hij begrijpt wat de woorden betekenen. De patiŽnt wordt volledig incontinent en hij kan steeds moeilijker lopen, zitten, glimlachen en slikken. Hij/zij wordt steeds gevoeliger voor longontsteking en heeft kans op doorliggen als hij niet regelmatig gekeerd wordt. Hij/zij wordt stijf, verliest reflexen op stimuli en kan onrustig of geő rriteerd zijn. Er moet nu constant op de patiŽnt gelet worden. Ondanks de ernst van de symptomen reageren de patiŽnten in dit stadium vaak nog wel op aanraking en bekende zachte stemmen.

Wat voor soort onderzoek is uitgevoerd?

Verzorgers kijken natuurlijk altijd uit naar informatie over behandeling van AlzheimerpatiŽnten. Hoewel er nog geen genezende behandeling bestaat, zijn er talrijke experimenten gaande met als doel het ontdekken van nieuwe behandelmethoden, mogelijke oorzaken, beschermende factoren en risicofactoren die worden geassocieerd met de ziekte van Alzheimer. Omdat het niet mogelijk is alle details van onderzoek dat is of wordt uitgevoerd te geven, geven we hierna slechts enkele punten van onderzoeksgebieden aan.

Aluminium

Aluminium komt voor in kraanwater, deodorants, thee en indigestietabletten. Onderzoekers hebben al meer dan 30 jaar de mogelijke effecten van aluminium op de ziekte van Alzheimer bestudeerd. Hoewel het onderzoek nog doorgaat, is er nog geen aanwijzing gevonden voor een oorzakelijk verband tussen aluminium en de ziekte van Alzheimer.

Ontstekingsremmers

Het is gebleken dat de ziekte van Alzheimer minder voorkomt bij mensen met reumathoő de artritis. Zulke mensen gebruiken vaak ontstekingsremmers gedurende een heel lange periode. Er wordt daarom verondersteld dat deze middelen het risico verminderen, het begin van de ziekte uitstellen en de ontwikkeling ervan vertragen. Het onderzoek gaat voort.

Verzorgers en verzorging

Onderzoek is uitgevoerd naar problemen en behoeften van verzorgers, bijv. het soort hulp dat zij nodig hebben, moeilijkheden die zij tegenkomen bij het voorzien in hulp, problemen met de diagnose en het maken van moeilijke beslissingen, stress en depressie. Zulk onderzoek is erg belangrijk voor passende ondersteuning, advies en hulp voor verzorgers.

Oestrogeen

Studies hebben aangetoond dat vrouwen die oestrogeen (hormoon) slikken na hun menopauze een lager risico hadden de ziekte van Alzheimer te krijgen dan vrouwen die dat niet deden. Een andere kleine studie wees uit dat vrouwen die de ziekte van Alzheimer al hadden en oestrogeen gingen slikken, verbeteringen in geheugen en aandacht vertoonden, wat weer verdween zodra ze geen oestrogeen meer kregen. Onderzoekers zijn nu een diepte-onderzoek aan het uitvoeren naar de effecten van oestrogeen op de ziekte van Alzheimer.

Genetica

Onderzoekers hebben genetische factoren onderzocht die kunnen leiden tot de ziekte van Alzheimer (zowel een defect dat de ziekte zou kunnen veroorzaken als een afwijking die de kans op de ziekte doet toenemen). Er zijn afwijkingen in vier genen op de chromosomen 1, 14, 19 en 21 gevonden en verder onderzoek is gaande.

Farmaceutische middelen

Door farmaceutische bedrijven is uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar medicijnen die de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer zouden kunnen vertragen of de symptomen ervan zouden kunnen wegnemen, zoals geheugenverlies.

Roken

Sommige Europese studies hebben ontdekt dat in families met de erfelijke vorm van de ziekte van Alzheimer het roken van sigaretten de leden van de familie een paar jaar langer zou beschermen. Canadees onderzoek toonde echter aan dat zware rokers meer dan twee keer zoveel risico lopen op de ziekte van Alzheimer. Lichte rokers hebben hetzelfde risico als niet-rokers.

De tien geboden

Voor de tien geboden, klik hier.

Nuttige links

Bron: Alzheimer Liga


E-mail deze pagina | Afdrukken | In favorieten opslaan In favorieten opslaan | Share/Bookmark

Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.nl.

Zoek binnen SeniorenNet:

Untitled Document

Poll

U heeft voor internet het liefste: